Castra Vetera en Colonia Ulpia Traiana: Romeins Xanten

coloniaCastellum Carvo, in de Bijlandse Waard bij Herwen, is het meeste oostelijke Rijnfort in Nederland. De Limes van Germania Inferior ging echter natuurlijk gewoon door. Wie bij de splitsing van Rijn en Waal aankwam, kon destijds zuidwestwaarts gaan richting Nijmegen, of de Limesweg zuidwaarts nemen. De reiziger zou in eerste instantie wat castella tegenkomen: Arenacum (Rindern), Quadriburgium (Qualburg), Burginatium (tussen Kalkar en Kehrum) waren de belangrijkste op de route. Zo komen we uiteindelijk bij Xanten. Deze stad en het nabijgelegen dorp Birten bevatten opmerkelijk genoeg niet alleen twee legioenskampen of castrae maar ook een echte Romeinse stad of colonia!

Tiberius' strijd met de Sugambren was cruciaal voor de vorming van de bevolking rondom Castra Vetera.

Tiberius’ strijd met de Sugambren was cruciaal voor de vorming van de bevolking rondom Castra Vetera.

Castra Vetera werd als uitvalsbasis opgericht door Drusus rond 12 v. Chr. op de heuvel die nu de Fürstenberg heet. De heuvel was uiterst strategisch omdat hij niet alleen bij de Rijn maar ook bij de Lippe lag. Of de naam wijst op een oud fort of op een verbastering van een inheems woord is onduidelijk. Inheemse bewoning in de omgeving moet beperkt geweest zijn. Dit veranderde toen Tiberius in 8 na Chr. de Sugambren versloeg en een groot deel van de overlevenden dwong te verhuizen naar de grond in de omgeving van de Castra, waar zij met de plaatselijke bevolking samensmolten. De Romeinen bestempelden de oude en nieuwe bewoners prompt als Cugerni en wezen het gebied zodoende als hun civitas aan. De verplaatste Sugambren konden mooi in de gaten gehouden worden door twee legioenen, terwijl de achtergeblevenen te zwak waren om nog een gevaar te vormen. Cibernodurum (“markt der Cugerni”) werd het bestuurscentrum van de nieuwe civitas en lag waarschijnlijk ook bij Xanten in de buurt. Misschien bestond de nederzetting al enkele eeuwen.

Het enorme Castra Vetera I. Ten zuiden een grote vicus met amfitheater. Cibernodurum lag ten noordwesten hiervan.

Het enorme Castra Vetera I. Ten zuiden een grote vicus met amfitheater. Cibernodurum lag ten noordwesten hiervan.

Welke legioenen er aanvankelijk in Castra Vetera I geplaatst waren is onduidelijk, maar er zijn sporen van Legio XVIII en Legio XVII gevonden. Het eerstgenoemde maakte ook deel uit van de Varusslag. Deze slag, in 9 na Chr., was een ramp voor de Romeinen en betekende de vernietiging van 3 legioenen. In allerijl keerde Tiberius terug naar de Rijngrens om deze te redden: Castra Vetera werd herbouwd en kwam onder bevel van Lucius Nonius Asprenas. Uiteindelijk werd de vesting uitgebreid en werd hij zo groot dat er twee legioenen in pasten! Legio V Alaudae en XXI Rapax werden er geplaatst en namen deel aan de campagnes van Germanicus (14-16 na Chr.). Eind jaren 20 en begin jaren 30 van de eerste eeuw werd het fort afgebrand – misschien wel door de Romeinen zelf met het oog op renovatie – en herbouwd. In het jaar 43 werd Legio XXI Rapax overgeplaatst en vervangen door Legio XV Primigenia, dat kort daarvoor opgericht was. Begin jaren 60 werd het nogmaals herbouwd.

De soldaten van Castra Vetera die tijdens de Bataafse opstand moesten uitrukten kwamen in ernstige problemen toen de Bataafse cavalerie overliep.

De soldaten van Castra Vetera die tijdens de Bataafse opstand moesten uitrukten kwamen in ernstige problemen toen de Bataafse cavalerie overliep.

Toen in 68 na Chr. een einde kwam aan de regering van keizer Nero, bevatte Castra Vetera nog steeds Legio V Alaudae en Legio XV Primigenia. Legio V trok het jaar daarop naar Rome om Vitellius aan de macht te helpen, maar in de zomer dat jaar kreeg het achtergebleven restant samen met Legio XV de opdracht om de opstandige Cananefaten en Bataven in het westen van Germania Inferior een lesje te geven, nadat die de Romeinsgezinde troepen in het rivierengebied hadden verslagen. Munius Lupercus, de bevelhebber van Legio XV, maakte echter de fout om naast Ubische en Treverische hulptroepen ook de Ala Batavorum mee te nemen in de opstelling. De troepen van Lupercus werden verraden door de Bataafse cavalerie maar wisten zich met relatief weinig verliezen in Vetera terug te trekken. In allerijl wist Lupercus de burgerlijke nederzetting bij het kamp te vernietigen en de wallen te laten versterken. Maar goed ook, want de Germaanse rebellen en hun medestanders van achter de Rijn stonden al snel voor de deur. Ook de ontevreden Cugerni hadden zich bij de opstand aangesloten.

Het zwaar onderbezette Vetera I wist met veel moeite een maandenlang beleg te doorstaan, maar moest een vreedzame overgave duur bekopen!

Het zwaar onderbezette Vetera I wist met veel moeite een maandenlang beleg te doorstaan, maar moest een vreedzame overgave duur bekopen!

Hoewel Vetera met maar 5000 troepen en wat onervaren burgers duidelijk onderbezet was, hield het de belegering lange tijd vol. Dit mede omdat de Romeinse belegeringstactieken voor de Germanen erg nieuw waren. Een poging van de andere legioenen om Vetera te ontzetten bleef niet uit en tegen eind november vond er een slag plaats vlak voor het fort. Een uitval van de belegerde Romeinen besliste de strijd in hun voordeel, maar zodra de aanwezige versterkingen vertrokken naar het zuiden kwamen de rebellen weer tevoorschijn om het beleg te hervatten. Een tweede poging om het fort te ontzetten liep lelijk mis omdat de Gallische hulptroepen plotseling ook opstandig bleken. Tegen die tijd had men in Vetera de meeste paarden en lastdieren al op moeten eten. Uiteindelijk werd er toegezegd het beleg op te heffen als de Romeinen in Vetera hun wapens, kostbaarheden en andere goederen afstonden en trouw zouden zweren aan het nieuw uitgeroepen Gallische keizerrijk. Toen zij het fort verlieten werden ze echter alsnog aangevallen en werd Vetera I verwoest. Rebellenleider Julius Civilis kon zijn haar, dat hij gezworen had te laten groeien tot hij de Romeinen overwonnen had, triomfantelijk kort knippen.

Het amfitheater van Traiana, gereconstrueerd in Xanten.

Het amfitheater van Traiana, gereconstrueerd in Xanten.

Uiteindelijk keerde het tij: de opstandelingen werden weer noordwaarts gedreven en moesten uiteindelijk om onderhandelingen vragen. Civilis hield hierbij vol dat de verwoesting van Vetera tegen zijn wil gebeurd was, door manschappen die hij niet in de hand had weten te houden. Toen de vrede hersteld was, werd er een tweede Castra Vetera gebouwd. Ook Cibernodurum werd herbouwd. Castra Vetera II werd gebouwd door Legio XXII Primigenia en lag een stuk oostelijker. In tegenstelling tot Vetera I bevatte Vetera II maar één legioen, want het tweede legioen van Germania Inferior werd na de opstand aanvankelijk in Noviomagus geplaatst. Toen Legio XXII Primigenia verplaatst werd, werd de bezetting van het fort begin 2e eeuw door Legio VI Victrix overgenomen.

Colonia Ulpia Traiana, oftewel Xanten in zijn hoogtijdagen, hier gezien vanuit het noordoosten, waar het amfitheater lag.

Colonia Ulpia Traiana, oftewel Xanten in zijn hoogtijdagen, hier gezien vanuit het noordoosten, waar het amfitheater lag.

Cibernodurum, dat na de opstand herbouwd was, kreeg tussen 98 en 107 de status van colonia toegewezen en werd hiermee een echte Romeinse stad. Volgens gebruik nam de stad de naam aan van de regerende keizer, in dit geval Marcus Ulpius Traianus, en werd derhalve Colonia Ulpia Traiana genoemd. Er woonden ongeveer 10.000 mensen in de 3,4 vierkante kilometer grote stad, die in Germania Inferior alleen door Keulen overtroffen werd. Het badhuis had ongeveer hetzelfde ontwerp als in Heerlen, maar was wel vier keer zo groot! Daarnaast stonden er een flink amfitheater, stadsmuren, een forum en basilica (een soort stadhuis) en tempels voor verschillende Romeinse en inheemse goden. Naast een flinke hoeveelheid ambachtslieden zal de stad en omgeving ook veel boeren hebben bevat, want de legioensoldaten hadden veel graan, melk en vlees nodig. De stad was zo welvarend en spraakmakend, dat de Cugerni op den duur steeds meer bekend stonden als de Trajanensen.

De Crisis van de Derde Eeuw bracht de welvaart gevoelige klappen toe, nadat deze in de tweede helft van de 2e eeuw al was gaan dalen. Een grote Frankische inval rond 260 was rampzalig, hoewel Colonia Ulpia Traiana overleefde, misschien ook omdat de zogenaamde Gallische keizer Postumus het tij wist te keren. Een nieuwe inval rond 275, toen keizer Aurelianus het Gallische keizerrijk heroverd had en hierbij de grenslegers ernstig uitdunde, was veel ernstiger. Tegelijkertijd begon de grond in de omgeving ook uitgeput te raken. In deze tijd werd Traiana dus grotendeels een spookstad, terwijl Castra Vetera door Legio XXX Ulpia Victrix bezet werd. Pas eind 3e en begin 4e eeuw eeuw wisten Constantius Chlorus en zijn opvolger Constantijn de Grote de orde te herstellen: de stad werd herbouwd en kreeg opvallend stevige muren. Waarschijnlijk werd het legioen overgeplaatst naar het centrum van de stad, die nu als garnizoensstad dienen ging. Een beperkt aantal gevonden munten hiervan doet echter vermoeden dat dit alleen in crisistijd gebeurde.

Archeologisch Park Xanten volgt keurig de plattegrond van de stad. (Zie de luchtfoto bovenaan het artikel.)

Archeologisch Park Xanten volgt keurig de plattegrond van de stad. (Zie de luchtfoto bovenaan het artikel.) De paarse lijn geeft de omtrek van Tricensimae weer.

De nieuwe vestingstad kreeg de naam Tricensimae. Ook deze stad ontkwam niet aan de meer woelige tijden die Germania Inferior tijdens het Dominaat onderging. In 351 werd de stad door de Franken ingenomen om in 359 heroverd te worden, maar de stadsmuren ondervonden ernstige schade van beide veroveringen. Kort na het jaar 400 slaagden de Romeinen, geplaagd door interne problemen, er niet meer in om de controle te herstellen. De vesting van Tricensimae werd uiteindelijk ook opgegeven. De stenen werden in de eeuwen daarna als bouwmateriaal gebruikt of verkocht. Het gebied werd echter niet opnieuw bebouwd, zodat er in de moderne tijd uitgebreid onderzoek gedaan kon worden. Vetera II werd door de verschuiving van de Rijn naar het zuiden weggespoeld. Op deze plek ligt nu een natuurpark genaamd Bislicher Insel. Op de plek van Colonia Ulpia Traiana en Tricensimae staat tegenwoordig het Archeologisch Park Xanten, waarin enkele gebouwen zoals de Thermen en het amfitheater gereconstrueerd zijn.

Giel

Giel

Giel is al sinds zijn prilste jeugd diep geïnteresseerd in geschiedenis en in de Romeinse tijd in het bijzonder. Na zijn MA in geschiedenis te hebben gehaald aan de Universiteit Leiden is hij zelf dieper en dieper in het Romeinse verleden (met name dat van Nederland) gaan graven. Naast geschiedwetenschappelijk onderzoek houdt hij zich bezig met het omzetten van de resultaten in creatieve projecten, opdat er leerzaam doch leuk materiaal geproduceerd wordt. Hoofdinteresses zijn de geschiedenis van het Romeinse rijk, de Romeinen in Nederland en het Romeinse leger.

LAAT EEN REACTIE ACHTER