Tot aan Carvium: de castella aan de oostgrens van Nederland

Carvo.

Carvo of Carvium.

Na castellum Meinerswijk komen we tot slot aan het oosten van de Rijngrens in Nederland. Opnieuw is het moeilijk om concreet te zeggen waar er ten oosten van Arnhem precies Romeinse forten gelegen hebben. Het is zelfs moeilijk om te zeggen hoeveel er geweest zijn. Wanneer men er bepaalde lijsten of moderne kaarten op naslaat, staan er ten oosten van Arnhem nog drie castella vermeld: Huissen, Duiven-Loowaard en Carvium. Maar alleen van het laatste weten we vrij zeker dat het bestaan heeft.

Duiven, Herwen en Tolkamer liggen in de Liemers. In tegenstelling tot wat sommige denken is de naam van de streek niet afgeleid van de Romeinse limes.

Duiven, Herwen en Tolkamer liggen in de Liemers. In tegenstelling tot wat sommige denken is de naam van de streek niet afgeleid van de Romeinse limes. (Huissen ligt in de Over-Betuwe)

Van de drie uit de lijst is de eerste, castellum Huissen, nog wel het meest speculatief. Veel duidelijke vondsten die duiden op een castellum zijn er eenvoudigweg niet. Een grafveld, aangetroffen ter hoogte van de Loostraat, is de sterkste aanwijzing. De locatie ervan geeft ook sterke vermoedens van de loop van de Limesweg, aangezien Huissen nog altijd duidelijk ten zuiden van de Rijn ligt. Bovendien zijn er ten oosten van Huissen drie gestempelde dakpannen gevonden in de omgeving van het Zwanewater. Toch is het castellum zelf hiermee nog lang niet bewezen.

Dat Loowaard ten noorden van de Rijn ligt in plaats van ten zuiden ervan, maakt wel duidelijk dat de loop van de rivier verplaatst is.

Dat Loowaard ten noorden van de Rijn ligt in plaats van ten zuiden ervan, maakt wel duidelijk dat de loop van de rivier verplaatst is.

Voor castellum Loowaard zijn de vermoedens wat sterker onderbouwd. Het dorp Loo, in de gemeente Duiven, ligt ter rechterzijde van de Rijn, maar dat is niet heel vreemd als men bedenkt dat de loop van de rivier de afgelopen eeuwen enigszins verschoven is in de regio. Omdat Loowaard ongeveer halverwege tussen Arnhem-Meinerswijk en Carvium ligt, is het een voor de hand liggende locatie, zeker als men bedenkt dat er een hooggelegen oeverwal moet zijn geweest. We vermoeden dan ook dat dit castellum al rond 40 na Chr., toen Caligula de grens versterkte, in gebruik kan zijn genomen. Hoe lang de Romeinen het fort dan zouden hebben gebruikt is niet zeker, al zijn er aanwijzingen gevonden van bewoning in de 4e eeuw. De Franken moeten de plek nog tot in de 7e eeuw als strategisch punt gebruikt hebben. Daarna moeten overstromingen het gebied verwoest hebben: als er een fort was zal het waarschijnlijk nooit meer gevonden worden.

Carvium ligt vlakbij de plek waar de Rijn zich van de Waal afsplitst. De locatie is tegenwoordig veranderd, maar de splitsing is nog steeds nabij.

Carvium ligt vlakbij de plek waar de Rijn zich van de Waal afsplitst. De locatie is tegenwoordig veranderd, maar de splitsing is nog steeds nabij.

En zo komen we uiteindelijk aan het laatste Rijnfort in Nederland: Carvium. Dit fort was uiterst strategisch omdat het vlakbij het punt lag waar de Waal zich afsplitst van de Rijn. Het moet dus sowieso gediend hebben ter bewaking van dit uiterst strategische punt, evenals ter bewaking van de Drususdam, die hier al rond 12 v. Chr. moet zijn aangelegd: het doel van de dam was ervoor te zorgen dat er minder water van de Rijn naar de Waal af zo vloeien, zodat de Waal gemakkelijker over te steken was voor de Romeinen, terwijl de Rijn beter bevaarbaar zou zijn voor Drusus’ oorlogsvloot. Hoewel men meestal Herwen als de plaats van het fort noemt, lag het waarschijnlijk op de plek waar nu de Bijlandse Waard ligt, wat valt onder Tolkamer. Beide plaatsen vallen onder gemeente Rijnwaarden.

Carvium ligt waarschijnlijk op de bodem van de Bijlandse Waard.

Carvium ligt waarschijnlijk op de bodem van de Bijlandse Waard.

Carvium werd zoals de meeste castella vermoedelijk gebouwd in de jaren ’40 van de eerste eeuw, onder Caligula of Corbulo. Zowel het fort als de Drususdam moeten de Bataafse opstand niet overleefd hebben. Hoewel dit voor de meeste forten aan de Rijn geldt, is het voor Carvium extra interessant, mede omdat de Drususdam in de laatste maanden van de opstand een bijzonder doelwit was voor de rebellen: door zowel de dam als de brug bij Nijmegen te verwoesten konden de rebellen zich achter de Waal terugtrekken, terwijl het moeilijker voor de Romeinen werd om de rivier nog over te steken. Of de dam na de opstand herbouwd is weten we niet zeker, maar het fort zelf is dat ongetwijfeld wel. De overige bouwfasen van het fort vallen waarschijnlijk samen met die van de meeste castella: renovaties vonden plaats rond het bezoek van keizer Hadrianus (121) en de Severische keizers (ca. 200).  Vermoedelijk werd Carvium rond 275 na Chr. verlaten, al speelde het misschien weer een rol in de 4e eeuw.

In Herwen is een replica van de grafsteen van Marcus Mallius te vinden.

In Herwen is een replica van de grafsteen van Marcus Mallius te vinden.

Carvium huisvestte lange tijd het Cohors II civium Romanorum equitata pia fidelis, waarschijnlijk in de 2e eeuw. De benaming civium Romanorum duidt op burgerrecht voor de soldaten uit het cohort, terwijl equitata wijst op de aanwezigheid van ruiters en de naam pia fidelis een erenaam is. In de Bijland is inderdaad ook een spatha gevonden, een lang slagzwaard zoals in de eerste en tweede eeuw vooral door de cavalerie werd gebruikt, hoewel het later ook een wapen van de infanterie werd. Een teruggevonden grafsteen van een soldaat genaamd Marcus Mallius uit Genua maakte een hoop duidelijk over Carvium. Het fort wordt er namelijk op vermeld, als “Carvium ad molem”, waarbij het laatste woord duidt op een dam. De grafsteen zelf is te bewonderen in Museum het Valkhof, maar er staat een replica in Herwen.

Een afbeelding van een centurio wijst bezoekers van de Bijlandse Waard op het castellum op de bodem.

Een afbeelding van een centurio wijst bezoekers van de Bijlandse Waard op het castellum op de bodem.

Wie castellum Carvium wil bewonderen zal helaas bedrogen uitkomen: als de restanten niet door de kracht van het water verwoest zijn, liggen ze nu op de bodem van de Bijlandse Waard. De kans dat ze daar exact gevonden zullen worden is erg klein, maar het feit dat de locatie van Carvium tegenwoordig ten noorden van de Rijn is, duidt op een verplaatsing van de rivier, die waarschijnlijk net als in Huissen en enkele andere locaties in Nederland de ruïnes heeft vernietigd. Met die weemoedige gedachte zijn we aan het einde van de reeks over alle forten langs de Rijn in Nederland. Maar er zijn nog tal van andere forten en nederzettingen in het land, zodat we nog lang niet klaar zijn.

Giel

Giel

Giel is al sinds zijn prilste jeugd diep geïnteresseerd in geschiedenis en in de Romeinse tijd in het bijzonder. Na zijn MA in geschiedenis te hebben gehaald aan de Universiteit Leiden is hij zelf dieper en dieper in het Romeinse verleden (met name dat van Nederland) gaan graven. Naast geschiedwetenschappelijk onderzoek houdt hij zich bezig met het omzetten van de resultaten in creatieve projecten, opdat er leerzaam doch leuk materiaal geproduceerd wordt. Hoofdinteresses zijn de geschiedenis van het Romeinse rijk, de Romeinen in Nederland en het Romeinse leger.

LAAT EEN REACTIE ACHTER