Hoe overleeft een Romeinse soldaat de winter?

winterGegroet, Germaanse geweldenaars! Het is er al aardig kouder op aan het worden. Dat merk je als Romeinse soldaat elk jaar. Zeker in vroeger tijden toen deze landen meer tot de periferie van het Romeinse rijk behoorden en nog geen volwaardige provincies waren. De soldaten leefden een tijdelijk opgeslagen kamp in tenten, alsof zij op veldtocht waren, zodat zij zich ’s winters terugtrokken in een meer permanent winterkamp. Dat ’s winters terugtrekken kon natuurlijk het Romeinse gezag wel een beetje doen verzwakken in die maanden, maar er werd nu eenmaal niet zoveel oorlog gevoerd in de winter. (Wat een hinderlaag bij die terugtocht in de herfst natuurlijk niet tegenhield, maar dat moet je maar aan gouverneur Varus vragen, ahum!)

Deze soldaat uit de hulptroepen zit goed ingepakt. Ook de legionairs moeten daar natuurlijk aan geloven.
Deze soldaat uit de hulptroepen zit goed ingepakt. Ook de legionairs moeten daar natuurlijk aan geloven.

Naarmate de troepen permanenter gevestigd worden, in stevige barakken, is het terugtrekken niet altijd meer nodig. Wel is de winter natuurlijk minder de tijd van patrouilles of zelfs verre dagmarsen. Een ideale tijd voor klusjes dus. Dat kan geen kwaad, want de boel moet goed onderhouden worden. Niet alleen het fort zelf, maar ook de spullen die je als soldaat draagt. Pantsers en helmen moeten worden gepoetst en eventueel gerepareerd. Leren riemen moeten soms worden vervangen, kleding moet worden gerepareerd. Enzovoorts.

Je kan ze zo onbeschaafd vinden als je wil, maar deze braccae helpen ons echt de winter door!
Je kan ze zo onbeschaafd vinden als je wil, maar deze braccae helpen ons echt de winter door!

Wat kleding betreft moeten we ons goed inpakken in zo’n koude winter hier in het grensgebied. Hoewel de Romeinen de broek niet erg beschaafd vinden, hebben wij soldaten al snel doorgekregen dat het dragen van een broek in dit koude land wel zo slim is. Zo’n broek noemen we braccae (meervoud dus) of, in het geval van een korte, feminalia. Dat laatste klinkt alsof het vrouwelijk bedoeld is, maar verwijst eigenlijk naar de femen, de dij, die immers door de broek bedekt worden. Dat wij soldaten steeds meer broeken gaan dragen, is een goed bewijs van hoe de Romeinen wel degelijk een hoop van de zogenaamde barbaren geleerd hebben. De hoge heren in Rome vonden het maar niets. Als het in de winter koud werd, verwarmden die zich liever met kousen, extra veel tunica’s en eventueel met beenwindsels. Door die om je benen te wikkelen, kun je je benen goed warm houden! Ze zijn soms enkele meters lang!

Onze sokken of undones kunnen van geweven stof genaaid zijn, maar naaldgebonden zoals deze komen ook voor.
Onze sokken of undones kunnen van geweven stof genaaid zijn, maar naaldgebonden zoals deze komen ook voor.

Ja, sokken of undones zijn ook erg populair bij ons. Zeker voor de soldaten die caligae dragen, van die open soldatensandalen. Maar ook later, als de Romeinse troepen steeds meer dichte laarzen gaan dragen, zijn zachte sokken erg prettig om te dragen. Ze kunnen naaldgebonden zijn of van geweven wol of stof in elkaar genaaid zijn. Op een zelfde manier kun je ook naaldgebonden handschoenen dragen. Als dat goed in elkaar gezet is, kan het onmogelijk afrafelen! Natuurlijk doet een lekkere dikke tunica van wol ook wonderen. Zeker als het een Keltische of Germaanse is, met van die lange mouwen. Dat wordt zo populair dat in een paar eeuwen tijd steeds meer Romeinen op lange mouwen overgaan!

Undones (sokken), braccae (broek) en paenula (mantel/jas). Deze soldaat is klaar voor de herfst!
Undones (sokken), braccae (broek) en paenula (mantel/jas). Deze soldaat is klaar voor de herfst!

Tot slot mag een mantel natuurlijk niet ontbreken. Dit kan een sagum zijn, een eenvoudige rechthoekige wollen mantel, die je ook gemakkelijk als deken gebruiken kunt, maar ook een paenula, een grote mantel met kap die zowel tegen de kou als tegen de regen kan dienen. Een paenula heeft vaak de vorm van een cirkel, halve cirkel of ovaal. Hij hangt mooi om je romp heen maar kan achterover geslagen worden. Aan de voorkant kun je nog knopen van leer maken, zodat je hem zelfs dicht kunt binden. En als de kap groot genoeg is past hij zelfs over je helm heen, zodat die niet verroest door de regen! Slim, nietwaar? Ik ga in elk geval maar eens hard met mijn winterkleding aan de slag, want de herfst wordt kouder en kouder. Warme groetjes en tot de volgende keer!

L. Octavius Barbatus

www.twitter.com/OctaviusRomein

Ulpia Noviomagus: de grote kleine stad aan de Waal

ulpia noviomagusOnze tocht langs de Waal heeft tot nu toe weinig zekerheden opgeleverd. Alleen wat plaatsnamen op de Peutinger kaart waarvan de werkelijke locatie onbekend is en we eigenlijk niet eens met zekerheid kunnen zeggen of het wel aan de Waal lag. Dat wordt vandaag eindelijk anders, want we bereiken één van de beroemdste Romeinse plaatsen in het land: de stad Ulpia Noviomagus Batavorum, het centrum van het Romeinse bestuur over de Bataven.

Het Romeinse villacomplex van Ewijk is één van de meest luxueuze uit heel Nederland.
Het Romeinse villacomplex van Ewijk is één van de meest luxueuze uit heel Nederland.

Wanneer we langs de zuidoever van de Waal stroomopwaarts trekken merken we al snel dat de streek ten westen van Nijmegen aardig welvarend was. Er zijn meerdere villa’s aangetroffen, onder andere met hypocaustum oftewel vloerverwarming. Het villacomplex van Ewijk-De Groote Aalst is hier het meest treffende voorbeeld van, want het was één van de meest luxe villa’s die ooit in Nederland is teruggevonden, met drie grote gebouwen en vijf schuren. Er moeten zandstenen zuilen en zelfs marmeren vloeren en mozaïeken in gelegen hebben. Resten van 4e-eeuwse militaire riemen duiden erop dat de villa in de Laat-Romeinse tijd als militair steunpunt gebruikt werd. De dakpannen zijn gestempeld met de Vexillatio Brittanica, een detachement dat van 103 t/m 120 na Chr. in de castra van Nijmegen-oost gelegerd zat.

Nijmegen na de Bataafse opstand. Ulpia Noviomagus ligt in het westen. De groene gebieden zijn grafvelden.
Nijmegen na de Bataafse opstand. Ulpia Noviomagus ligt in het westen. De groene gebieden zijn grafvelden.

Wanneer we verder reizen langs de Waal komen we vanzelf in Nijmegen. In het westen van de stad, ter hoogte van de wijk Biezen en het Haven- en Industrieterrein Nijmegen, moet Noviomagus hebben gelegen. In tegenstelling tot wat velen denken is de stad niet bij aanvang van de Romeinse tijd gesticht. Het daadwerkelijke Noviomagus is na de Opstand der Bataven ontstaan als handelscentrum, nadat de meer naar het oosten gelegen stad Oppidum Batavorum in de opstand verwoest was, waarna een nieuwe stad in het westen werd opgericht om als nieuw bestuurscentrum van de Bataafse gemeenschap te dienen. Noviomagus is dan ook Gallisch voor “nieuwe markt”. Het voorvoegsel Ulpia, dat de stad vanaf begin 2e eeuw begon te dragen, verwijst naar keizer Marcus Ulpius Traianus, wat bij velen tot de conclusie heeft geleid dat keizer Trajanus marktrechten of zelfs stadsrechten aan de stad gegeven zou hebben. Waarschijnlijk waren er echter al marktrechten aan de hoofdplaats van de Bataven gegeven zodra deze stam in het rijk opgenomen was. Waarschijnlijk heeft Trajanus niet veel meer voor de stad betekent dan het feit dat hij zijn familienaam eraan gaf.

Markeringen op de straatstenen geven de contouren van de tempels van Noviomagus aan.
Markeringen op de straatstenen geven de contouren van de tempels van Noviomagus aan.

Noviomagus maakte in de tweede eeuw zijn meest welvarende periode door. De stad was gebouwd volgens een keurig schaakbord-patroon met kaarsrechte straten zoals de Romeinen gewend waren. Enkele van de duidelijk teruggevonden gebouwen zijn het badhuis (bij het Honig-complex), de villa aan het Maasplein en de twee tempels, respectievelijk voor Fortuna en voor Mercurius. Binnen het hele Romeinse rijk zal Noviomagus met maar 5000 inwoners niet meer dan een klein handelsstadje geweest zijn, maar voor Romeins Nederland is het een grote stad. Zo groot zelfs dat voedsel van elders moest worden aangevoerd, puur omdat er teveel inwoners waren om te kunnen overleven van wat de boeren in de omgeving verbouwden. Waarschijnlijk liep er vlakbij een brug over de Waal, wellicht op de plek waar nu ook een brug staat, namelijk de zogeheten Snelbinder.

Markeringen en een klein gedenkteken voor de stadsvilla en tempels op het Maasplein.
Markeringen en een klein gedenkteken voor de stadsvilla en tempels op het Maasplein.

Aan de zuidkant van Noviomagus lagen de grafvelden, die zowel vrij eenvoudige crematiegraven als enorme luxueuze grafmonumenten bevatten. Net als de stad zelf maakt het grafveld een erg geromaniseerde indruk, ondanks de van oorsprong zo inheemse bevolking. Ten oosten van de tempels, die ter hoogte van het Maasplein en de IJsselstraat lagen, woonden vooral ambachtslieden. In eerste instantie produceerden zij vooral voor afnemers van buiten de stad, maar vanaf midden tweede eeuw werd dit steeds minder. Het vermoeden bestaat dat de militaire vesting op de Hunnerberg een grote afnemer was, die echter wegviel naarmate de vesting aan belang verloor en uiteindelijk werd ontruimd.

De tempels
De tempels van Noviomagus zouden na de brand van ca. 180 AD niet meer herbouwd worden

Het was in diezelfde tijd dat Noviomagus langzaamaan in economisch verval raakte en een aantal crises doormaakte. Rond het jaar 180 brak er een verwoestende brand uit, waarvan we niet met zekerheid kunnen zeggen wat de oorzaak was. Het zou een ongeluk maar ook een vijandige aanval geweest kunnen zijn. Dat laatste is niet ondenkbaar, aangezien de situatie aan de grenzen destijds onrustiger werd. Vooral de Chauken, die op de terpen van het Duitse Oost-Friesland woonden, waren nu een reële bedreiging voor de kust en rivieren van Germania Inferior. Het was dan ook rond het jaar 170 dat er een stevige stadsmuur en een droge gracht rondom Noviomagus werden aangelegd. De noordelijke muur is hoogstwaarschijnlijk weggespoeld door de Waal en zal dus nooit meer gevonden worden. De vondst van de westelijke muur in 2008 maakte echter een hoop duidelijk over de afmetingen. De muur zal een meter of vijf hoog geweest zijn en de gracht was ongeveer tien meter breed en drie meter diep.

De tempels en de villa, hier uitgebeeld op een metalen plaat, werden al in de twintiger jaren van de 20e eeuw ontdekt.
De tempels en de villa, hier uitgebeeld op een metalen plaat, werden al in de twintiger jaren van de 20e eeuw ontdekt.

De muren en gracht konden aanvallers helpen weerstaan maar hielpen natuurlijk niet tegen de enorme brand. De ramp betekende een definitieve vermindering van het aanzien van de stad: de tempels en het badhuis werden nooit meer herbouwd. Toch wist Ulpia Noviomagus nog een eeuw lang door te modderen. Het lijkt erop dat de stad rond 275 grotendeels verlaten werd, rond de tijd dat er een grote Frankische inval plaatsvond na de herovering van het Gallische keizerrijk door keizer Aurelianus, wat het grensleger gruwelijk had uitgedund. Het Romeinse gezag werd het Nederlandse rivierengebied zodanig zwak dat de meeste Rijnforten werden opgeheven en steden als Noviomagus nog verder in economisch verval raakten dan ze na 40 jaar burgeroorlog en hyperinflatie al waren. Rond het jaar 300 wordt de naam Noviomagus echter ook gebruikt voor een ander stadje, aan de Waaloever vlakbij het Valkhof. Wat er in de 25 jaar hiertussen gebeurd was blijft echter onduidelijk. Wel verrees er in de vierde eeuw nog een Frankisch nederzettinkje op de locatie van het oude Ulpia Noviomagus.

Tot de vondsten uit Ulpia Noviomagus behoort ook een prachtige ruiterhelm, mogelijk als offer in de Waal geworpen.
Tot de vondsten uit Ulpia Noviomagus behoort ook een prachtige ruiterhelm, mogelijk als offer in de Waal geworpen.

De belangrijkste vondsten uit Ulpia Noviomagus zijn nog altijd te vinden in musea als Museum het Valkhof en het Rijksmuseum van Oudheden. In het eerstgenoemde museum behoort de ruiterhelm met gezichtsmasker, gevonden aan de Waalkade, tot één van de vele prachtstukken. Op het terrein van Noviomagus zelf zijn geen gebouwen zichtbaar. Wel maken enkele monumenten, informatieborden en speciaal plaveisel op de straten de locatie van enkele gebouwen duidelijk. Op het Maasplein worden de contouren van de stadsvilla en de twee tempels aangegeven. De tempels zijn ook nog zichtbaar in de IJsselstraat.

Ad Duodecim: Romeinen en Bataven in de omgeving van Tiel

Ad_DuodecimumOp onze reeks van Romeinse plaatsen in Nederland vervolgen we de tocht langs de Waal. Volgens de Peutinger kaart zou tussen Grinnes en Noviomagus een plaats genaamd Ad Duodecim moeten liggen. De locatie hiervan is echter nog niet te achterhalen. Als de op de kaart aangegeven afstand tussen Ad Duodecim en Noviomagus (“18”) in Romeinse mijlen zou zijn, zou dat overeenkomen met 12 Gallische mijlen en de naam verklaren van de post, die in dat geval bij Wamel zou kunnen liggen. Dit is echter vrij speculatief: de Waal zelf wordt niet aangegeven op de kaart en bovendien lijkt het erop dat de kaart vrijwel overal Gallische mijlen gebruikt, dus zou het vreemd zijn dat het hier ineens Romeinse mijlen betreft.

Het Marsbeeldje uit Tiel.
Het Marsbeeldje uit Tiel.

Het is niet onmogelijk dat Ad Duodecim dus heel ergens anders ligt, wellicht zelfs ten noorden van de Waal, want we weten ook niet zeker waar deze route (de weg tussen Noviomagus en Forum Hadriani) de rivier overstak. Wel komt de afstand tussen Wamel en Rossum, dat misschien Grinnes zou kunnen zijn, aardig overeen met de 6 Gallische mijlen op de kaart. De exacte aard van Ad Duodecim is niet bekend, al vermoedt men dat het ook hier weer om een statio oftewel een militaire pleisterplaats gaat. Een Romeinse post bij Wamel zou overigens strategisch te begrijpen zijn, aangezien hier de Linge van de Waal aftakt. Het oversteken van de Waal moet destijds op deze plek vrij gemakkelijk zijn geweest.

Het votief van Iseneucaega bevat een hond en pijlenkoker, wat doet denken aan de Romeinse jachtgodin Diana.
Het votief van Iseneucaega bevat een hond en pijlenkoker, wat doet denken aan de Romeinse jachtgodin Diana.

Ironisch genoeg is er dus geen fort of statio bij Wamel gevonden, maar wemelt het in de omgeving juist van de Romeinse en inheemse vondsten. Wie de Waal hier oversteekt staat namelijk al in Tiel. Tiel biedt plaats aan allerlei inheemse nederzettingen plus meerdere grafvelden. Ook zijn er een beeldje van Mars, Romeins aardewerk en een altaar voor een godin genaamd Iseneucaega gevonden. Het laatste is een goed voorbeeld van het gemengde polytheïsme: de godin lijkt inheems maar draagt attributen die doen denken aan Diana. Ook zijn er aanwijzingen dat er in het oosten van Tiel een tempel gestaan heeft. De omgeving van Tiel bevat ook legio nederzettingen, onder andere rondom Zoelen, waar ook een grafveld ontdekt is. In Kapel-Avezaath is nog een altaarsteen gevonden, ditmaal voor een godin die Hurstrge genoemd wordt, evenals de restanten van een boot.

Het schip van Druten is 27 meter lang en is waarschijnlijk door brand gezonken.
Het schip van Druten is 27 meter lang en is waarschijnlijk door brand gezonken.

Wanneer we de Waal oostwaarts blijven volgen, komen we in elk geval nog zat inheemse boerderijen tegen, evenals meerdere villa’s. Erg interessant is de villa van Druten-Klepperheide, die opvallend vroeg werd gebouwd (vlak na de Bataafse opstand) en die zowel Romeinse als inheemse kenmerken vertoont. Er zaten zelfs een badhuis en mausoleum bij. Ook vond men in Druten in de jaren ’70 een Romeins vrachtschip in de Boldershof, dat waarschijnlijk gebruikt is om onder andere dakpannen en leistenen voor de villa aan te voeren. Verder naar het oosten vinden we meer villa’s, maar zo ver gaat onze tocht nog niet in dit artikel. Dat gebied komt de volgende keer aan de orde, als we overgaan op de behandeling van de plaats ten oosten van die villa’s: een werkelijke stad…

Grinnes: het vermoede verleden van Rossum

grinnibusNa onze verslagen over de Romeinse plaatsen aan de Maasmonding volgen we de Merwede stroomopwaarts en komen we voorbij het punt waar deze rivier begint door het samenstromen van de Waal en Afgedamde Maas. De Waal was een belangrijke rivier die door de Romeinen Vacalis of Valis genoemd werd en zodanig veel water van de Rijn afvloeide dat er in de buurt van Lobith of Herwen zelfs een dam gebouwd moest worden om de Rijn beter bevaarbaar te maken voor de Romeinse vloot. Dit maakte de Waal (voor zolang de dam bestond) wat smaller en ondieper dan tegenwoordig. Bovendien kunnen we niet met zekerheid zeggen of de rivier wel op dezelfde plek stroomde, want ook bij de Rijn hebben we hier verandering in gezien. Soms verschilt de stroom weliswaar slechts enkele honderden meters, maar toch…

Als er een castellum bij Rossum lag was dat misschien hier. Maar bewezen is het niet.
Als er een castellum bij Rossum lag was dat misschien hier. Maar bewezen is het niet.

De eerstvolgende plaats die we, na het eerder behandelde Tablis, tegenkomen op de Peutinger kaart is Grinnes of Grinnibus. De exacte locatie van Grinnes is net als die van Tablis en Flenium tot op heden niet bepaald. De kaart geeft wat Germania Inferior betreft vermoedelijk een situatie uit de derde eeuw weer, waarin er een weg liep van Noviomagus naar Forum Hadriani. Grinnes zou een statio oftewel militaire pleisterplaats langs deze weg geweest kunnen zijn, waar reizigers konden overnachten terwijl er tegelijkertijd orde werd bewaakt vanuit het punt.

Een altaar gewijd aan de inheemse godin Exomna werd niet ver van Rossum gevonden (Bron: Rijksmuseum van Oudheden)
Een altaar gewijd aan de inheemse godin Exomna werd niet ver van Rossum gevonden (Bron: Rijksmuseum van Oudheden)

Grinnes wordt ook genoemd in de Historiae van Tacitus, in de latere fase van de Bataafse opstand. In het jaar 70 na Chr. werden de rebellen bij stukjes en beetjes teruggedreven door de Romeinse troepen van bevelhebber Cerialis, tot zij zich noodgedwongen achter de Waal hadden teruggetrokken (waarbij zij de eerder genoemde dam waarschijnlijk vernielden). In een poging om het tij te keren vielen de rebellen enkele kampen van Cerialis aan en één daarvan was Grinnes. De aanval op het kamp bij Grinnes werd geleid door Julius Classicus, een aanvoerder van de Treverische hulptroepen die zich bij de opstand hadden aangesloten en nu noodgedwongen ver van hun oorspronkelijke thuisgebied moesten leven. Aanvankelijk leek het erop dat Classicus de slag zou winnen, tot Cerialis arriveerde met cavalerie en de rebellen terugdreef. Na afloop van de opstand zou Cerialis bij het strategische punt een castellum hebben laten bouwen.

Vlakbij Rossum ligt een buurtschap dat Rome heet...
Vlakbij Rossum ligt een buurtschap dat Rome heet…

Romeinse vondsten uit de omgeving van Rossum hebben het vermoeden doen rijzen dat het castellum Grinnes en de bijbehorende vicus hier wel eens gelegen zouden kunnen hebben. Vooral in het buurtschap dat grappig genoeg Rome heet zijn veel vondsten gedaan. Een daadwerkelijk Romeins fort is hiermee echter niet aangetoond. De vondsten uit de omgeving duiden in elk geval wel op inheemse bewoning: waarschijnlijk lag er in de IJzertijd al een belangrijke nederzetting in de omgeving, wat in elk geval het strategische belang van de plaats aan zou kunnen tonen. Als er een castellum stond is dit op den duur waarschijnlijk weggespoeld.

Het zeer interessante schrijfplankje van Est-de Steendert.
Het zeer interessante schrijfplankje van Est-de Steendert.

Wat is er dan met zekerheid over Rossum en omgeving te zeggen? In elk geval zijn er in Alem, dat net als Rossum in gemeente Maasdriel ligt, een fragment van een beeld voor Mercurius en een altaarsteen voor de godin Exomna gevonden. Aan de noordoever van de Waal, tegenover Rossum, zijn muntvondsten gedaan in Hesselt, in de gemeente Neerijnen. Aan de 1e Tieflaarsestraat, in diezelfde gemeente, zijn allerlei vondsten gedaan die een tempel of villa doen vermoeden. Het dorp Opijnen bevatte een grafveld (en waar een grafveld ligt is een nederzetting niet ver weg) en een altaarsteen. Het dorp Est bevatte een interessant schrijfplankje dat een juridische tekst uit 83 na Chr. bevat door ene Lucius Iunius Norbanus. In Ophemert zijn aardewerk en maalstenen gevonden en in Waardenburg een armband met een inscriptie voor Hercules Magusanus, de Bataafs-Romeinse god, waarschijnlijk als votief voor een tempel. Tegenover Waardenburg ligt Zaltbommel, dat een grafveld en meerdere nederzettingen lijkt te hebben bevat. Het grafveld bevatte 95 personen.

Zelfs als Rossum dus niet de locatie van Grinnes is, is het duidelijk dat het hier om een levendige omgeving gaat. Er moeten meerdere nederzettingen, tempels en grafvelden in deze omgeving gelegen hebben. Maar of de grond ooit een castellum of statio zal prijsgeven is nog maar de vraag…

Flenium en Tablis: het oosten van de Romeinse Maasmonding

peutDe vorige keer hebben we enkele Romeinse plaatsen rondom de monding van de Maas behandeld, zoals Naaldwijk en Oostvoorne, maar de nederzettingen van stadsregio Rotterdam en de Maasmonding zijn hiermee nog niet volledig besproken. Er lagen nog minstens twee nederzettingen rondom dit deltagebied. Hoewel we onmogelijk kunnen zeggen hoe de plaatsen in werkelijkheid heetten, worden twee namen van de Peutinger kaart vaak aan hen toegeschreven: Flenium en Tablis.

Impressie van een inheemse boerderij in Vlaardingen (bron: geschiedenisvanvlaardingen.nl)
Impressie van een inheemse boerderij in Vlaardingen (bron: geschiedenisvanvlaardingen.nl)

Flenio of Flenium wordt genoemd op de Peutinger kaart, waarbij het vermoeden bestaat dat dit een verschrijving is van Helinium. De kaart in kwestie is namelijk niet volledig betrouwbaar: er lijken meerdere verschrijvingen op te staan en er worden enkele plaatsen weggelaten. Volgens de kaart zou de afstand tussen Forum Hadriani en Flenium 12 mijl moeten zijn, wat als we uitgaan van Gallische mijlen zou komen op ruim 26 kilometer, een afstand die dus wel lijkt te kloppen als we ervan uitgaan dat Flenium ter hoogte van Vlaardingen zou liggen. Sporen van Romeinse bewoning zijn zeker aangetroffen in Vlaardingen, zoals hout en liggend vlechtwerk, wat kan duiden op een verharde oeverzone of een verstevigde Romeinse weg.

terraVerder zijn er in de regio Rotterdam nog wat sporen aangetroffen van 2e-eeuwse bewoning. Schiedam kent een eigen boerderij, in de buurt van de Parkweg. Deze boerderij bevatte veel verschillende vondsten, zoals terra sigilata, wat impliceert dat het niet om zomaar een boerderijtje ging. Er moet iemand van enige stand gewoond hebben. In de buurt van de Schiebocht, in Rotterdam zelf, zijn ook sporen uit de 2e eeuw gevonden, zoals een haardplek, stukken dakpan en geïmporteerd aardewerk. Bovendien trof men er een slotenpatroon uit de Romeinse tijd aan.

Op dit terrein in Alblasserdam zijn Romeinse vondsten gedaan (Rijksmonumenten.nl)
Op dit terrein in Alblasserdam zijn Romeinse vondsten gedaan (Rijksmonumenten.nl)

Hiermee eindigt echter het meest concrete over de stadsregio Rotterdam. Wanneer we ons langs de wateren naar het oosten begeven, komen we in al het stadse gebied geen Romeinse of inheemse nederzettingen meer tegen. De eerste duidelijke aanwijzingen komen we weer tegen bij Alblasserdam, niet ver van Dordrecht. Aan de Hogendijk werden bewoningssporen gevonden die op een nederzetting wijzen. Ten oosten ervan, in Oud-Alblas ook een aantal resten gevonden. Mogelijk betrof dit een nederzetting met een statio, een militair punt dat diende als pleisterplaats maar ook de taak had om de omgeving in de gaten te houden. Gretig als men dit soort vondsten aan bestaande namen verbindt, is de traditionele conclusie dat het opnieuw een plaats van de Peutinger kaart betreft, namelijk Tablis. Bewezen is dit echter niet.

Met deze tamelijk beknopte informatie eindigen onze verslagen over de Maasmonding. De belangrijkste plaatsen die onze reeks over Romeinse plaatsen in Nederland nog onbehandeld zijn liggen grotendeels aan de Waal en Maas. (De Lek was in de Romeinse tijd nog een onbeduidend zijriviertje, niet de hoofdstroom van de Rijn die het tegenwoordig vormt.) In de komende artikelen zullen we ervoor kiezen om eerst de Waal landinwaarts te volgen.