Officieren TEKST

De officieren

Een Romeins legioen bestaat uit 10 cohorten, van elk ongeveer 500 soldaten. Alleen het eerste cohort heeft er twee keer zoveel, want dat zijn de dappersten. Met de ruiters er nog bij maakt dat bijna 6000 soldaten per legioen! Een cohort bestaat uit 6 centuries van elk 80 soldaten (natuurlijk zijn dat er 160 bij het eerste cohort). Zo’n centurie staat onder leiding van een centurio, terwijl van elk cohort de oudste centurio de belangrijkste is. Een paar hele hoge officieren leiden het legioen.

CenturioDe centurio. De centurio of honderdman is de beroemdste van alle Romeinse officieren. Hij is te herkennen aan zijn kam, omdat die bij hem van links naar rechts loopt. Ook herken je hem aan zijn fraaie beenkappen en zijn wijnstok. Vaak draagt hij onderscheidingen als een soort medailles: de phalerae (ronde schijven van duur metaal en/of glas) en torques (Gallische sierringen). De centurio is in feite een soort legerkapitein en wordt in de Romeinse maatschappij als erg belangrijk beschouwd. Omdat hij veel meer verdient dan een gewone soldaat kan hij duurdere kleren kopen, zoals een groene of een blauwe mantel. Waarschijnlijk draagt hij ook een mooier en duurder pantser, zoals een maliënkolder, schubbenpantser of borstplaat.

Wijnstok. De centurio kan soldaten die lastig zijn of een fout maken een tik geven met zijn wijnstok. Van één centurio is bekend dat hij zo vaak en zo hard klappen uitdeelde dat zijn stok af en toe brak en hij dan om een andere moest vragen. De soldaten noemden hem daarom Cedo Alteram (“Breng een andere”). Erg slim was het trouwens niet van hem, want zijn soldaten werden zo kwaad dat ze opstandig werden en hem te grazen namen.

OptioDe optio. Deze strenge officier is een soort sergeant. Hij assisteert de centurio en neemt zijn taken over als dat moet. Met zijn lange staf kan hij klappen uitdelen en de mannen in het gelid duwen. Zijn uitrusting lijkt verder veel op die van een gewone soldaat.

Pteruges. Op deze pagina zie je veel officieren met deze leren flapjes om de schouders en heupen. Die zitten vast aan een stevig leren vest onder hun pantser. Gewone soldaten mogen dit trouwens ook dragen, al kan dat wel een dure grap zijn.

LegaatDe legaat. Dit is de generaal van het legioen. Soms staat er boven hem een nog hogere legaat, die de gouverneur is van de provincie. Zijn helm en borstplaat zijn eigenlijk gewoon een sierpantser, van leer of edelmetaal, want dergelijke hoge heren hoeven natuurlijk niet zelf mee te vechten. Dat pantser is een stuk ouderwetser dan dat van de rest van het leger, want dat maakt veel indruk.

Tribunus LaticlavusTribuni angusticlaviiTribuun. Elk legioen heeft zes krijgstribunen. De hoogste van hen is vaak een jongeman, die als rechterhand en plaatsvervanger dient van de legaat. Zo kan hij een carrière opbouwen en de politiek in. De andere vijf tribunen zijn er vooral om erop te letten dat er in het legioen gebeurt wat de regering en de Senaat willen. Op het slagveld hebben zij meestal niet veel te vertellen.

De kampprefect. Deze officier let vooral op het onderhoud en reparaties van de muur en gebouwen van het fort. Ook geeft hij leiding aan de ziekenboeg. Pas als de legaat en de tribuun er niet zijn heeft hij de leiding over het legioen.

 

WIST JE DIT AL?Gezichtjes2

De centurio liep voor zijn mannen uit. Doordat hij voorop ging, kregen de soldaten het gevoel dat ze een goede en moedige leider hadden. Centurio werd je dus niet zomaar!

Omdat de centurio op het slagveld voor zijn mannen moest lopen, liep hij ook extra veel gevaar in een veldslag. Wel stonden er soms een paar centuries achter elkaar, met de meer ervaren soldaten achteraan. Een kersverse centurio moest dus heel moedig zijn!

De optio stond op het slagveld niet voor maar achter de soldaten. Zo kon hij hen in de gaten houden en de terugdeinzende soldaten weer in het gelid terugduwen. De centurio kon dat voorop immers niet doen zonder om te draaien.

De helm en borstplaat van de hoogste officieren leek veel op oude helmen en pantsers van sommige Griekse legers. Dat stond namelijk erg indrukwekkend.

Hulptroepen waren niet ingedeeld als legioenen. Hun grootste eenheid was een cohort, dat net als bij de Romeinse legionairs uit 500 soldaten bestond. Aan het hoofd van zo’n cohort stond een prefect.

Gezichtjes3FOUT!

In de avonturen van Asterix en veel andere strips en films draagt de centurio een helm met de kam van voor naar achter. In werkelijkheid droeg hij die van links naar rechts om meer op te vallen.

In strips en films dragen de centurio’s vaak een grote borstplaat. Dat kan, maar het kon ook een maliënkolder of een schubbenpantser zijn, want dat was veel steviger.

In de strips van Asterix wordt de centurio vaak terzijde gestaan door een decurio. In het echt was de decurio de bevelhebber van een afdeling ruiters, eigenlijk gelijk met de centurio. De rechterhand van de centurio was de optio. Het misverstand komt omdat decurio komt van decem (tien), terwijl centurio komt van centum (honderd).

Een Romeinse officiersmantel hoefde niet per se rood te zijn. Het kon natuurlijk wel, maar ook groen, wit en blauw komen soms voor. Soms zelfs paars.

Groepen die Romeinen naspelen geven de optio vaak een zwart-witte kam. Dat is vooral voor de mooiigheid, want het is niet bewezen dat hij een speciale kam droeg.