Nederland in de Romeinse tijd TEKST

Nederland in de Romeinse tijd

IconenIn de Romeinse tijd wordt ons land bewoond door verschillende volkjes en stammen, die door de Romeinen onder de Germanen gerekend worden. Nederland bestaat eigenlijk nog niet en het gebied hoort bij een Romeinse provincie genaamd Germania Inferior.Dit betekent “Laag Germanië”, omdat er twee Germaanse provincies zijn en deze dichter bij zee licht. (Landinwaarts is hoger, want rivieren stromen naar beneden.) De hoofdstad hiervan is Keulen. Alleen een klein stukje in het zuidwesten van het land hoort bij Gallia Belgica. In het begin trekken de Romeinen ons hele land door, tot ver in wat nu Duitsland heet. Maar uiteindelijk wordt de Rijn de grens van het rijk. Er zijn in die tijd maar een paar echte steden. Voor de rest zijn er alleen dorpen en forten.

Langs de RijnLangs de Rijn. De Rijn is in de Romeinse tijd een grotere rivier dan nu en wordt uiteindelijk als grens gekozen. Dat is gemakkelijk, want een rivier is voor vijanden moeilijk over te steken, zodat je ze van verre ziet aankomen. Langs de Rijn bouwen de Romeinen allemaal forten, elk met minstens 500 soldaten. Tussen de forten in staan wachttorens, om snel een signaal door te sturen als er iets gebeurt. Op de kaart hiernaast kun je zien welke forten er langs de Rijn waren. We weten niet alle namen en plaatsen helemaal zeker, dat zie je aan de vraagtekens. Denk niet dat er alleen forten langs de Rijn stonden, trouwens! Er werden later namelijk ook forten langs de kust en langs de Maas gebouwd, voor de zekerheid. Die staan ook op de grote kaart hierboven.

De Bataven. De Bataven (soms ook Batavieren genoemd) wonen op de Betuwe en Noord-Brabant, maar vooral tussen de Rijn en de Waal. Dat land noemen de Romeinen daarom het Bataveneiland. De Bataven zijn uitstekende ruiters en zwemmers, die met paard en al de rivier kunnen oversteken. Ze leveren zoveel hulptroepen dat ze geen andere belastingen hoeven te betalen! Alleen in het jaar 69 na Christus wordt de vriendschap verstoord en leiden de Bataven een grote opstand tegen de Romeinen. Nadat de opstand verslagen is wordt het land weer vredig.

Noviomagus (Nijmegen). Nijmegen was heel belangrijk toen de Romeinen naar ons land kwamen, omdat er een paar hele grote heuvels lagen. Ook maakten de Romeinen er de hoofdstad van de Bataven, maar die werd bij de Bataafse Opstand in brand gestoken. Na de opstand bouwden de Romeinse soldaten er een castra, een legioenskamp. Het is het enige legioenskamp uit Nederland, met een groot amfitheater erbij. Ietsje verderop ontstond een nieuwe stad, die rond het jaar 100 marktrechten kreeg van keizer Ulpius Trajanus en daarom Ulpia Noviomagus heet. Nijmegen is daarom de oudste officiële stad van Nederland en misschien wel de belangrijkste Romeinse plaats van het land.

CananefatenDe Cananefaten. In Zuid-Holland woont een kleinere Germaanse stam, die zich net als de Bataven aansluit bij de Romeinen. Ze betalen belasting en leveren soldaten. De Romeinen noemen hen Cananefaten, “lookmeesters”. Dit betekent misschien dat ze op goede landbouwgrond woonden, want look is een verzamelnaam voor prei, knoflook en uien.

Forum Hadriani. In het jaar 121 bezoekt keizer Hadrianus ons land. Hij reist namelijk het hele rijk door om alles te controleren. Bij zijn bezoek geeft hij marktrechten aan het hoofdstadje van de Cananefaten. Daarom wordt het stadje Forum Hadriani genoemd: de markt van Hadrianus.

Het Flevomeer. In het noorden ligt een groot meer dat een handige weg vormt als de Noordzee of de Waddenzee wil bereiken. De Romeinen noemen dit meer het Flevomeer. Drie keer raden welke provincie daar naar genoemd is.

Terpen. De mensen ten noorden van de Rijn worden door de Romeinen Friezen genoemd. De Friezen aan de kust wonen op terpen, grote kunstmatig aangelegde heuvels. Dat komt omdat de kustgebieden bij vloed vaak overstromen. Soms staan er hele dorpen op zo’n terp. De Romeinen blijven niet lang de baas over de Friezen, maar er blijft wel contact via de handel. Ook vechten er wel eens Friezen mee met de Romeinen.

Woud van BaduhennaHet woud van Baduhenna. In 12 voor Christus worden de Friezen onderworpen en moeten koeienhuiden als belasting betalen. De Friezen hebben veel koeien, dus dat zit wel goed. Maar 40 jaar later proberen de Romeinen de belasting te verhogen door belachelijk grote huiden op te eisen. Wie niet kan betalen moet voor straf zijn bezittingen inleveren. De Friezen pikken het niet en komen in opstand en belegeren het Romeinse kamp bij Velsen. Er vindt een veldslag plaats in het geheimzinnige Woud van Baduhenna, waarschijnlijk ergens in Noord-Holland. De Romeinen verdwalen in het moerassige woud, waar ze de weg niet kennen, zodat de Friezen hen gemakkelijk te pakken kunnen nemen.

tentKamp bij Ermelo. Ermelo is de enige plek in Nederland waar een Romeins dagmarskamp teruggevonden is. Een dagmarskamp is een kamp dat de Romeinse soldaten opsloegen als ze op reis waren en dus met zijn allen buiten een fort moesten overnachten. Zo’n kamp werd weer helemaal afgebroken als het leger verder ging, zodat vijanden het niet konden gebruiken. Het is dan ook vreemd dat het kamp hier niet goed afgebroken is, zodat we het later hebben teruggevonden. We zullen misschien wel nooit weten hoe dat komt.

PiratenZeerovers. Ten oosten van de Friezen wonen de Chauken. Soms vaart een troep Chauken in grote kano’s langs de kust om te roven en te plunderen, soms tot ver op de rivieren. Daarom worden er vanaf de 2e eeuw forten gebouwd langs de westkust. Op de rivieren varen Romeinse patrouilleboten heen en weer om de wacht te houden.

Kanaal van Corbulo. Generaal Corbulo laat in 49 na Christus zijn soldaten een groot kanaal tussen de Rijn en de Maas graven. Zo kunnen schepen gemakkelijk heen en weer varen tussen de twee rivieren zonder de gevaarlijke Noordzee op te hoeven. Niet alleen handelsschepen, maar ook oorlogsschepen, want in de tijd van Corbulo heeft het land veel last van de piraten.

Vrachtboot. De Rijn is niet alleen een grens maar ook een handelsroute, waar allerlei schepen overheen varen. Die schepen hebben een opvallend platte bodem, want de rivieroevers zijn vaak moerassig en ondiep. Als zo’n platbodem niet meer nodig is wordt hij gebruikt om de kade bij een fort te verstevigen, door hem af te zinken en er aarde op te gooien. Daardoor zijn er een hoop schepen teruggevonden in de grond. Natuurlijk varen er ook patrouilleschepen met soldaten rond als een soort waterpolitie. Het hoofdkwartier van de vloot is bij het fort Fectio, in Vechten.

MoerasMoeras. Het landschap in de Romeinse tijd is heel anders dan tegenwoordig. Polders bestaan nog niet en het grootste gedeelte van het land is nog natuur. Er zijn grote gebieden met heide, wouden en héél veel moerassen! De echte Romeinen uit Italië komen dan ook niet voor hun lol naar dit koude, natte gebied. Het zijn soldaten.

OerosOeros. In de Romeinse tijd zijn er in ons land grote bosgebieden, vol dieren die hier nu allang uitgestorven zijn. Er zijn wolven, beren en zelfs elanden! Ook leven er in het woud grote wilde koeien, die we oerossen noemen. Een oeros is veel groter dan een gewone koe, maar begint in de Romeinse tijd al uit te sterven. De beer en de eland verdwijnen in de Middeleeuwen. De wolf houdt het langer vol, tot de 19e eeuw.

Nehalennia

Nehalennia. Op sommige plaatsen in Nederland zijn resten van tempels gevonden. Omdat de bouwstijl ervan een beetje anders is dan die van de Romeinen in Italië, noemen we dit Gallo-Romeinse tempels. Vaak zijn ze gebouwd voor plaatselijke goden, soms vermengd met die van de Romeinen. In Zeeland, wat in de Romeinse tijd nog veel minder waterig was, wordt een Gallo-Romeinse tempel gebouwd voor de godin Nehalennia. Nehalennia is een godin van de vruchtbaarheid en beschermt de reizigers. Ze is te herkennen aan haar mand met vruchten en haar hond. De tempel is later overstroomd en nooit meer teruggevonden. Wel zijn er een hoop altaarstenen opgevist.

BadhuisBadhuis van Heerlen. Er staan vaak badhuizen in de Romeinse steden, maar soms ook in kleinere nederzettingen. Die ontstaan vaak bij de kampen, zodat een badhuis bij zo’n nederzetting vaak voor de soldaten bedoeld is. Het badhuis in Coriovallum (Heerlen) is een uitzondering. Het was een groot en luxe gebouw, compleet met vloerverwarming. En dat terwijl Coriovallum niet eens een officiële stad was. De ruïnes ervan kun je nog steeds bekijken.

 

Gezichtjes2WIST JE DIT AL?

De Romeinse invloed in Nederland was het sterkst bij de forten en langs grote handelswegen. Op het platteland woonden de meeste mensen nog steeds in Germaanse dorpen. De rijkste Germanen, die vaak soldaat bij de Romeinen waren geweest, gingen in een stad wonen of lieten een grote villa op het platteland bouwen.

Eigenlijk waren er nog geen steden in Nederland voor de Romeinen kwamen. In de Romeinse tijd zelf ontstonden er maar twee officiële steden: Voorburg en Nijmegen. Maastricht en Heerlen kwamen qua grootte ook wel in de buurt van een stadje, maar officieel waren het in de Romeinse tijd nog geen steden.

De Romeinse steden in ons land waren zelfs voor die tijd eigenlijk maar klein. Noviomagus had 4000 inwoners. Echt grote steden werden dieper in het rijk gevonden.

De Romeinen zijn de eerste bewoners van ons land die kunnen lezen en schrijven. Dat de Germanen dit voor die tijd niet konden wil niet zeggen dat ze dom waren, maar betekent gewoon dat ze het alfabet nog niet kenden. (Wij kunnen nu ook zonder de uitvindingen van over honderd jaar.)

Voor de Romeinen kwamen was muntgeld heel zeldzaam in ons land. Alleen de allerrijkste mensen hadden het, als speciale kostbaarheden. De Romeinen zijn dus ook de eerste bewoners van het land die handel drijven met geld.

Zaken als dakpannen, vensterglas, bakstenen en zelfs beton zijn hier ook door de Romeinen geïntroduceerd. Al wil dat trouwens niet zeggen dat alle huizen in de Romeinse steden die dingen hadden.

De Romeinse Rijngrens noemen we tegenwoordig vaak de Romeinse Limes (je zegt: “lie-mes”). Limes betekent “afbakening’. De Romeinen zelf noemden het waarschijnlijk gewoon de Rijnoever.

Op sommige plekken waar een Romeins fort stond kun je dit tegenwoordig weer zien, bijvoorbeeld aan markeringen op straat (zoals in Woerden, Utrecht en Valkenburg) of aan een compleet nagebouwd fort (zoals in Leiden en de Hoge Woerd). Bij Ermelo kun je de sporen van het dagmarskamp nog zien.

In Vleuten, Vechten en Opheusden zijn drie Romeinse wachttorens nagebouwd. Zulke torens stonden tussen de kampen in, met niet meer dan 4 tot 8 soldaten. De torens dienden vooral om signalen door te sturen en de forten te waarschuwen.

 

BEROEMDE MENSEN UIT DE ROMEINSE TIJD IN NEDERLAND:

Drusus. De stiefzoon van keizer Augustus, die naar Germania werd gestuurd om het gebied te veroveren, zodat de Germanen Gallië met rust zouden laten. Drusus verkende het land tot ver in het tegenwoordige Duitsland. Hij werd helaas niet oud, want nadat hij van zijn paard was gevallen ging de wond ontsteken en werd hij dodelijk ziek. Zijn broer Tiberius maakte de verovering af.

OlenniusOlennius. Deze centurio werd in 28 na Christus aangesteld als bevelhebber over het land van de Friezen. Hij inde de belasting echter op zo’n hebberige en brutale manier dat de Friezen in opstand kwamen en zijn kamp Flevum (bij Velsen) belegerden. Hij werd op het nippertje gered door versterkingen. Hoe het met hem afliep is onbekend.

Corbulo. Deze generaal werd in 47 na Christus gouverneur van Germania Inferior, toen het er wemelde van de Friese en Chaukische piraten. Corbulo ging naar het noorden en leerde ze een lesje, maar mocht geen grote oorlog voeren in dat gebied. Om het land beter te beveiligen bouwde hij een hoop forten langs de Rijn en liet hij het beroemde kanaal graven. In Voorburg staat een standbeeld voor hem.

Malorix en VerritusMalorix en Verritus. Deze Friese hoofdmannen bezochten in 58 na Christus Rome. Een groep Friezen wilden namelijk op de verlaten noordoever van de Rijn wonen, wat verboden was, dus gingen Malorix en Verritus toestemming vragen bij keizer Nero. Daar werden ze vriendelijk ontvangen en rondgeleid door Rome. In het theater gingen ze heel brutaal tussen de senatoren zitten, omdat ze vonden dat ze daar vanwege hun moed en trouw recht op hadden. Keizer Nero en het volk van Rome konden daar gelukkig wel om lachen. Toch gaf de keizer geen toestemming om op de noordoever te wonen.

 

Gezichtjes3FOUT!

Veel mensen denken dat de Romeinen nooit de baas waren in het noorden van Nederland. In werkelijkheid hebben ze dit gebied zeker een tijdje veroverd. Maar ook nadat de Rijn de grens was geworden, waren de Friezen nog een lange tijd bondgenoten, die ook soldaten leverden.

Bij de naam “Friezen” denk je al gauw aan Friesland. De Friezen uit de Romeinse tijd woonden echter ook in Groningen en Noord-Holland.

Vaak hoor je dat de Friezen van de Romeinse tijd voorouders zijn van de moderne. De meeste Oude Friezen zijn echter rond het jaar 270 weggetrokken. Latere bewoners van hetzelfde gebied kregen dezelfde naam, maar waren niet per se verwant. We weten ook niet welke taal de Friezen van de Romeinse tijd spraken, maar het was vast geen Fries!

Op eenzelfde manier worden de Bataven vaak neergezet als voorouders van alle Nederlanders. De Bataven zaten echter lang niet in heel Nederland en zijn bovendien in de 3e eeuw ook bijna allemaal weggegaan.

Het wemelde niet van de Romeinse legioensoldaten in ons land. De echte Romeinse legioensoldaten zaten vooral bij Nijmegen en in de grote forten in Duitsland. In de kleinere forten langs de Rijn, Maas en de kust zaten vooral hulptroepen. Die kwamen vaak uit Spanje of juist hier uit de buurt.

Dat de Romeinen de baas waren in het zuiden van ons land betekent natuurlijk niet dat alles daar er ineens heel Romeins uitzag. Op het platteland bleven mensen in Germaanse dorpen wonen en leerde men maar langzaam nieuwe dingen.

Vaak hoor je over de romanisering, waarbij de Germanen in ons land langzaam Romeinse gewoontes overnamen. Niet alleen ging dat op de ene plek sterker dan de andere, maar de Romeinen die naar hier kwamen namen ook gewoontes van de Germanen over.

We weten niet van alle Romeinse forten zeker hoe ze heetten. De namen komen van een Romeinse kaart, maar daar stonden natuurlijk geen moderne Nederlandse namen bij. De naam Castra Herculis wordt heel vaak aan het kamp in Arnhem gegeven, maar dat lijkt veel te klein om een castra (een groot legioenskamp) te zijn. Misschien hoorde de naam eerder bij één van de forten in het oosten van Nijmegen. Ook van Vleuten, Maurik en Wijk bij Duurstede weten we niet helemaal zeker of de Romeinse namen wel bij die forten hoorden. Van de rest zijn we meer zeker, maar ook hier zouden we ons van fort kunnen vergissen.

– De naam Levefanum werd lange tijd aan Wijk bij Duurstede gegeven. Dat kwam omdat men de cijfers die op een Romeinse kaart de afstanden aangaven, verkeerd had begrepen. Levefanum was waarschijnlijk de naam van het fort bij Arnhem, in de Meijnerswijk.

– De naam Noviomagus is niet de enige die bij Romeins Nijmegen hoort! De eerste namen ervoor waren Batavodurum en Oppidum Batavorum, wat zoveel betekent als Batavenburg. Dit was de naam van een stad op de heuvel die Valkhof heet. Noviomagus lag een paar kilometer verderop, waar nu het westen van Nijmegen ligt. In het oosten van Nijmegen lagen in de loop van de Romeinse tijd een paar verschillende legerplaatsen.

 

ALLES OP VOLGORDE:

  • 55 v. Chr.: Julius Caesar verslaat de Usipten en de Tencteren, twee Germaanse stammen die Belgica zijn binnengevallen. Waarschijnlijk gebeurt dit bij Kessel, in Noord-Brabant.
  • Onbekend (ergens tussen 55 en 19 v. Chr.): De Romeinen geven de Bataven toestemming om tussen de Rijn en de Maas te gaan wonen.
  • 19 v. Chr.: Keizer Augustus laat een kamp voor 15.000 soldaten bouwen op de Hunnerberg, bij Nijmegen.
  • 12 v. Chr.: Drusus vaart naar het noorden en sluit een verdrag met de Friezen. Daarna voert hij oorlog in Germanië.
  • Rond 5 v. Chr.: De Romeinen bouwen de vlootbasis Fectio (Vechten).
  • 10 na Chr.: De Romeinen hebben hevig verloren in Duitsland en herbouwen snel het kamp bij Nijmegen. Ze blijven wel de baas over de Friezen.
  • 15 na Chr.: Bouw van het fort Flevum (Velsen).
  • 28: De Friezen komen in opstand en verslaan de Romeinen.
  • 39: Keizer Caligula gaat met zijn leger naar ons kustgebied.
  • 47: Generaal Corbulo voert oorlog met de Chaukische zeerovers, maar mag de Friezen niet onderwerpen. Hij bouwt een boel forten in Zuid-Holland en Utrecht en laat een kanaal graven.
  • 58: Een groep Friezen wil bij de Rijn komen wonen. Hun hoofdmannen gaan naar Rome om toestemming te vragen aan keizer Nero, maar die wijst het af.
  • 69 en 70: Opstand der Bataven. Ook de Friezen, Cananefaten en andere stammen in Gallië en Germanië doen hier aan mee, maar toch mislukt de opstand.
  • 70: Er worden na de opstand meer forten gebouwd langs de Rijn, nu ook in Gelderland. Bij Nijmegen wordt een nieuw legioenskamp gebouwd, met een nieuwe stad.
  • 104: Het is al zo lang vrede dat het legioen bij Nijmegen naar een ander land gestuurd wordt. De stad krijgt marktrechten en heet Noviomagus.
  • 121: Keizer Hadrianus bezoekt het land en geeft marktrechten aan Forum Hadriani (Voorburg). Ook begint hij forten langs de kust te bouwen.
  • 167: De Chaukische piraten vallen weer aan en heviger dan ooit.
  • Rond 180: Er is een grote brand in Noviomagus.
  • Rond 240: De Franken vallen voor het eerst binnen.
  • 258: Keizer Gallienus neemt bijna alle soldaten mee naar het oosten. Veel burgers gaan mee en er blijft een verlaten land achter.
  • 260 t/m 269: Generaal Postumus wordt keizer van zijn eigen rijk in Gallië en verdedigt de Rijn tegen de Franken.
  • 276: De Franken krijgen toestemming om in het oude gebied van de Bataven en Cananefaten te gaan wonen.