De Republiek TEKST

De Republiek (510 t/m 27 v. Chr.)

Aan het begin van de Republiek is Rome nog maar een stadstaatje.

Aan het begin van de Republiek is Rome nog maar een stadstaatje.

Nadat de laatste koning van Rome is afgezet is er niet langer één enkel staatshoofd. De Romeinen noemen hun nieuwe regering een republiek. De Volksvergadering kiest de belangrijkste ambtenaren en leiders voortaan. Rome is bij het begin van de Republiek nog maar een kleine stadstaat, maar verovert langzaam haar buren, net zolang tot de Romeinen de baas over heel Italië zijn. Daarna beginnen er ook veroveringen van andere landen…

SPQRS.P.Q.R. Deze afkorting betekent Senatus Populusque Romanum (“De Senaat en het volk van Rome”). Voor de Romeinen staan deze letters symbool voor de Romeinse republiek, die door de Senaat en de Volksvergadering bestuurd wordt. Als je vandaag de dag naar Rome gaat, zal je die letters vast nog wel ergens tegenkomen.

ConsulsDe consuls. In plaats van 1 koning zijn er 2 consuls, zodat er niet één iemand is die alle macht heeft. De consuls leiden het leger en stellen wetten voor. Zoals veel andere bestuurders worden ze door de Volksvergadering gekozen. Consul ben je voor 1 jaar lang, maar je kunt het later nog een keer worden. Pas als Rome in gevaar is wordt er voor een halfjaar één man benoemd als een speciale leider die dictator genoemd wordt. De dictator mag veel meer dan alle andere bestuurders en heeft bijna onbeperkte macht voor een halfjaar lang.

De senatoren. De Senaat dient nog steeds als adviesraad, net als in de Koningstijd, maar kan ook wetten tegenhouden. Je kunt alleen in de Senaat komen als je rijk en ervaren bent. Bovendien kun je je er niet zomaar voor opgeven, maar moet je ervoor gevraagd worden! Wel mag je dan voor de rest van je leven in de Senaat blijven. Zo krijgt de Senaat langzaamaan de meeste macht in de Romeinse republiek. De senatoren en hun families worden langzaam maar zeker een eigen klasse.

Patriciërs en plebejersDe Volksvergadering. Hierin zitten alle Romeinse staatsburgers, die de belangrijke bestuurders kiezen. Dat is niet zo democratisch als het lijkt, want lang niet iedereen is staatsburger. Naarmate de Romeinen steeds meer land veroveren en er steeds meer staatsburgers komen, wordt het houden van volksvergaderingen natuurlijk ook steeds lastiger. Zo wordt de Volksvergadering zwakker en de Senaat sterker.

Patriciërs en plebejers. De oude Romeinse adel noemen we patriciërs. De plebejers zijn het gewone volk. In het begin hebben de patriciërs haast alle macht. De plebejers, die met veel meer zijn, vinden dit niet eerlijk en komen in verzet. Ze dreigen met zijn allen Rome te verlaten. Dat zou een ramp zijn voor de stad, dus de Senaat komt met een oplossing. Voortaan mogen ook plebejers bestuurder worden en in de Senaat komen. Omdat je daarvoor veel geld moet hebben, lukt dit alsnog alleen de rijke plebejers. Sommige worden net zo rijk en machtig als de patriciërs, zodat het onderscheid een beetje wegvalt.

VolkstribuunVolkstribuun. Deze ambtenaren zijn rijke plebejers, die erop letten dat nieuwe wetten niet slecht zijn voor het gewone volk. Daarom kan een volkstribuun zelf wetsvoorstellen indienen, maar ook de besluiten van andere bestuurders tegenhouden. Ook voor het ambt van volkstribuun moet je worden gekozen door de volksvergadering.

LegerHet leger. Alle staatsburgers die een wapenrusting kunnen betalen hebben in deze tijd dienstplicht. Als er veel oorlog is, wordt het dus lastig om je echte werk nog te doen. Voor wie rijk is maakt dat niet zo heel veel uit, maar veel Romeinse soldaten zijn boeren, die de opbrengst van hun land hard nodig hebben. In het begin van de republiek zijn de belangrijkste vijanden in Italië de Samnieten. Na de verovering van Italië is Rome een echte grootmacht en begint ook land te veroveren in Spanje, Afrika, Griekenland en Klein-Azië (nu Turkije).

 

Gezichtjes1WIST JE DIT AL?

De Romeinen verloren in deze tijd ook wel een wat oorlogen van andere volkeren in Italië. In 321 v. Chr. verloren de Romeinen een oorlog tegen de Samnieten, die de Romeinse soldaten en consuls onder hun juk (een houten balk) door lieten lopen. Dat was een grote vernedering. Toch werden de Samnieten later door de Romeinen veroverd.

Republiek komt van het Latijnse “res publica“. Dat betekent “zaak van het volk”, alsof in plaats van de koning het volk regeerde over Rome. Toch hadden de meeste mensen nauwelijks iets te vertellen.

De letters SPQR horen nog steeds bij de stad Rome, die nu de hoofdstad van Italië is.

De eerste grote verovering door de Romeinse republiek was de stad Veii, die in 396 voor Christus veroverd werd. De stad werd volgens het verhaal wel tien jaar belegerd door de Romeinen en daarna verwoest.

– De consuls en andere hoge ambtenaren werden geholpen door lictoren. Een lictor diende als lijfwacht en assistent, maar kon ook als een soort politieagent optreden. Ze zijn te herkennen aan hun fasces, een bundel van takken met een bijl ertussen. Een consul had wel 12 lictoren in dienst!

– De fasces van de lictoren was ook een symbool van de Romeinse republiek. In het oude stadhuis van Gouda vind je er nog afbeeldingen van. Zo probeerde het stadsbestuur zichzelf met de Romeinse Senaat te vergelijken.

– Tegenwoordig heeft de fasces een slechte naam. Dat komt omdat de Italiaanse dictator Mussolini het tijdens de Tweede Wereldoorlog (en ook daarvoor) verbond met zijn politieke partij, die dan ook “fascistisch” werd genoemd.

 

Gezichtjes4GROTE NAMEN UIT HET BEGIN VAN DE REPUBLIEK

Lucius Iunius BrutusLucius Iunius Brutus. De eerste consul van de Romeinse republiek. Hij nam de leiding van de opstand tegen koning Tarquinius Superbus, die zijn oom was. De naam Brutus betekende “domoor”, omdat hij zich expres als een domoor gedragen had. Daardoor dacht de boze koning dat hij niet gevaarlijk was en liet hem in leven.

Tarquinius CollatinusTarquinius Collatinus. Hee? Een Tarquinius in de Romeinse republiek? Jazeker! Tarquinius Collatinus was een neef van de verbannen koning Tarquinius, die samen met Brutus de opstand tegen de tiran leidde en daarna consul werd met Brutus. De laatste koning was dus een Tarquinius, maar de eerste consul ook!

PyrrhusKoning Pyrrhus. In het zuiden van Italië lagen Griekse koloniën. Toen de Romeinen hiermee in oorlog raakten schoot Pyrrhus, de koning van Epirus (in het westen van Griekenland en het zuiden van Albanië) de Griekse steden te hulp. Hij won in 279 voor Christus een paar veldslagen, maar met zoveel verliezen voor zijn eigen leger dat hij zei: ‘Nog zo’n overwinning overleef ik niet!’ Sindsdien noemen we dit een Pyrrhusoverwinning: een overwinning die zoveel moeite kost dat het de kans dat je de hele oorlog zult winnen eerder kleiner gemaakt heeft.

 

Gezichtjes3FOUT!

Veel mensen denken bij een Romeinse republiek meteen aan iets héél democratisch, waarbij iedereen mocht stemmen en iedereen gekozen kon worden voor hoge functies. In het echt mochten alleen staatsburgers stemmen: dit waren sowieso alleen mannen en bovendien lang niet alle mannen. Ook lag er veel meer macht bij de Senaat, waarvoor je niet werd verkozen maar gevraagd en waarin je voor de rest van je leven bleef zitten. In de Senaat zaten alleen rijke mannen bovendien.

Tegenwoordig is een dictator de naam voor een alleenheerser die net zolang als hij wil aan de macht blijft, of de mensen het er nu mee eens zijn of niet. In de Romeinse tijd was het een speciaal ambt voor noodgevallen, dat je maar voor een halfjaar kreeg. Je mocht als dictator veel, maar niet alles!

 

VolgordeALLES OP VOLGORDE:

  • 510 v. Chr.: De Romeinen verbannen volgens de legende koning Tarquinius en worden een republiek.
  • Rond 400 v. Chr.: Rome verovert de stad Veii.
  • 387 v. Chr.: Rome wordt door Galliërs geplunderd!
  • 366 v. Chr.: Er mogen voor het eerst ook plebejers in de Senaat.
  • 343-341 v. Chr.: Eerste oorlog met de Samnieten
  • 327-304 v. Chr.: Tweede Samnitische oorlog. Eerst verliezen de Romeinen en werden ze flink vernederd, maar uiteindelijk verslaan ze de Samnieten toch.
  • 298-290 v. Chr.: De derde Samnitische oorlog wordt ook gewonnen door Rome. Rome is nu de baas over het midden van Italië.
  • 280-272 v. Chr.: Oorlog met koning Pyrrhus. Rome verovert het zuiden van Italië.
  • 264 t/m 146 v. Chr.: Drie grote oorlogen met Carthago en ook met Macedonië. Rome verovert nu ook gebieden buiten Italië.
  • 113 t/m 101 v. Chr.: Oorlog met de Cimbren en Teutonen, twee Germaanse stammen die plunderend door Europa zwerven. Rome verliest een paar keer heel lelijk, maar verslaat hen toch.
  • 91 t/m 88 v. Chr.: Bondgenotenoorlog: de inwoners van Italië komen in opstand, maar in ruil voor vrede krijgen zij allemaal burgerrecht.
  • 74 t/m 71 v. Chr.: Een grote slavenopstand onder leiding van de gladiator Spartacus raast door Italië.
  • 67 t/m 64 v. Chr.: Generaal Pompeius verslaat de Cilicische piraten en verovert Syrië.
  • 58 t/m 50 v. Chr.: Julius Caesar verovert Gallië.
  • 44 v. Chr.: Caesar wordt alleenheerser, maar wordt vermoord.
  • 30 v. Chr.: Caesars achterneef Octavianus wordt alleenheerser.