Hoe draagt een Romein zijn of haar haar?

trajanus

Romeinse mannen staan bekend om kort haar en gladgeschoren gezichten, terwijl het stereotype Romeinse dame vaak een knotje of loshangend haar heeft. Maar is dit wel zo? Welnu, wat de heren betreft grotendeels wel. Tijdens de late Republiek en de eerste eeuw was deze beroemde stijl inderdaad de meest gedragen mode. Men kan natuurlijk betogen dat algemene mode niet per se door iedereen gevolgd wordt. Maar over het algemeen voerden het korte kapsel en de gladde kin toch de boventoon. Lang haar werd gezien als barbaars, terwijl uitgebreid verzorgd haar bovendien als een statussymbool gold. Hierdoor is ook een stereotype ontstaan van Germanen en Galliërs met woeste lange haren. Daar moet bij gezegd worden dat “lang” een vrij subjectief begrip is – ter vergelijking: in de jaren ’60 ervoer men het haar van de Beatles als stuitend lang, terwijl hun haar eigenlijk slechts tot op de oren reikte – dus de kans bestaat dat wat de Romeinen als lang haar omschreven, in onze ogen misschien niet eens zo heel erg lang was.

Marmeren portret van Marcus Aurelius: volle krullen en een baard! (Walters Art Museum)

Marmeren portret van Marcus Aurelius: volle krullen en een baard! (Walters Art Museum)

In de tweede eeuw kwam er echter verandering in de herenmode. Keizer Hadrianus brak met de eeuwenlange mode door naar Grieks voorbeeld zijn baard te laten staan. Waar zijn voorganger Trajanus nog met kort sluikhaar wordt afgebeeld, helemaal herkenbaar als “echte Romein”, heeft Hadrianus met zijn krullen en baard meer weg van een Griekse filosoof. Zijn opvolgers worden echter met nog veel vollere baarden en haardossen afgebeeld. Zonder twijfel heeft de keizerlijke mode veel navolging gekend onder de Romeinen, met name bij de elite, zodat in de tweede eeuw de baard behoorlijk “in” raakte. Maar ook deze trend was niet eeuwigdurend. Begin 3e eeuw verschijnen er weer munten van keizers zonder baard. Een halve eeuw later zien we ook munten en afbeeldingen van keizers met korte, stoppelige baarden. De mode lijkt in de 3e en 4e eeuw in elk geval erg wisselvallig geworden. Keizer Diocletianus wordt bijvoorbeeld afgebeeld met een baard, Constantijn de Grote zonder, Julianus Apostata weer met en Theodosius de Grote weer zonder.

De tutulus (links) en de nudus (rechts).

De tutulus (links) en de nodus (rechts)

De haardracht van Romeinse dames was nog veel vaker aan verandering onderhevig. Voorop staat in elk geval dat een Romeinse vrouw die haar haren los droeg geen dame was! Loshangend haar werd in vroeger eeuwen gezien als iets wilds en is pas in de 20e eeuw geaccepteerd geraakt. In de Romeinse cultuur werd dergelijke haardracht met losbandigheid geassocieerd, zodat vrouwen die dit droegen als hoer beschouwd werden (hetgeen zij overigens ook vaak waren). De Romeinse dames droegen hun haar dus meestal in een knot of vlecht. Het haar kon met behulp van een speld of een netje bij elkaar gehouden worden. Ook in deze tijd liet menig dame haar haren verven (blond en rossig waren erg populair, maar niet zo dik gezaaid) of krullen. Om extra kuis te zijn was het gebruikelijk dat echte, respectabele dames het haar buitenshuis bedekten door hun palla als een soort sluier of hoofddoek te gebruiken.

Woehaa! Een gigantisch dameskapsel van de elite uit de Flavische periode! (Capitolijns Museum)

Woehaa! Een gigantisch dameskapsel van de elite uit de Flavische periode! (Capitolijns Museum)

Tot en met de Julisch-Claudische dynastie waren de kapsels van de Romeinse dames dan ook erg bescheiden. Een populaire stijl uit het vroege Rome was de tutulus, waarbij het haar werd opgestoken en met behulp van wollen haarbandjes werd opgebonden in een kegelvorm. Deze van oorsprong Etruskische stijl zou de gehele Romeinse tijd in de mode blijven en werd vooral gedragen door de materfamilias, de vrouw des huizes. Tijdens de Late Republiek raakte ook de nodus in de mode. Ook keizerin Livia droeg deze stijl erg vaak. Hierbij werd het haar van de zijkanten in de nek samengebonden in een punt, terwijl het middelste gedeelte van het haar in een soort lus gebonden werd.

Laat in de eerste eeuw echter, tijdens de Flavische dynastie, veranderden de dameskapsels enorm. De vrouwen tooiden zich met grootse, indrukwekkende kapsels van vlechten en krullen, waarbij haarstukjes en -bandjes werden gebruikt bij wijze van “extensions”. De voorste helft van het haar werd naar voren gekamd en werd flink gekruld, terwijl van de achterste helft vlechten werden gemaakt, die werden opgerold in een soort knotje. Tijdens de tweede eeuw, onder de Antonijnse Adoptiefkeizers, kreeg dit kapsel een iets rustigere variant. De krullen werden wat minder hoog gemaakt, en de vlechten aan het achterhoofd kwamen nu meer bovenop te zitten. De Romeinse dameskapsels waren hiermee over hun hoogtepunt van extravagantie heen. Keizerin Julia Domna, de vrouw van Septimius Severus, droeg begin 3e eeuw een pruik in een simpele, golvende stijl. De pruik zou in de 3e eeuw sterker aanslaan bij de dames van de Romeinse elite, evenals buitenlandse haardrachten. Maar altijd keurig en verzorgd!

Giel

Giel

Giel is al sinds zijn prilste jeugd diep geïnteresseerd in geschiedenis en in de Romeinse tijd in het bijzonder. Na zijn MA in geschiedenis te hebben gehaald aan de Universiteit Leiden is hij zelf dieper en dieper in het Romeinse verleden (met name dat van Nederland) gaan graven. Naast geschiedwetenschappelijk onderzoek houdt hij zich bezig met het omzetten van de resultaten in creatieve projecten, opdat er leerzaam doch leuk materiaal geproduceerd wordt. Hoofdinteresses zijn de geschiedenis van het Romeinse rijk, de Romeinen in Nederland en het Romeinse leger.

LAAT EEN REACTIE ACHTER