Romeins Nijmegen: een bewogen geschiedenis

Nijmegen-forumWie bekend is met de Romeinse geschiedenis van Nederland zal ongetwijfeld weten dat Nijmegen een zeer belangrijke plaats inneemt. Dat Noviomagus de oudste Romeinse stad (een “echte” stad) in ons land was, en dat er een groot legioenskampement of castra stond, is vrij bekend. Maar uiteraard is deze situatie niet bij aanvang van de Romeinse tijd plotsklaps tot stand gekomen om vier eeuwen stand te houden. Romeins Nijmegen kent een bewogen geschiedenis.

De Romeinse Tijd in Nederland wordt geacht begonnen te zijn rond het jaar 12 voor Christus, het eerste jaartal waarvan we zeker weten dat de Romeinse macht overal merkbaar was. Ten zuiden van de Rijn was dit echter al veel langer het geval, mogelijk al vanaf de Gallische Oorlog. Vaststaat dat Keizer Augustus en zijn stiefzoon Drusus vanaf 16 v. Chr. intensief bezig waren met het reorganiseren en op orde brengen van de Gallische provincies, zodat Drusus zich in alle rust op de verovering van Germania kon richten. Aanleiding was een inval van de Sugambren in Belgica, in 17 v. Chr., waarbij een legioensadelaar buitgemaakt was. Plannen om de Romeinse macht uit te breiden waren er echter waarschijnlijk al eerder, want Augustus wilde Gallië als volwaardige provincies in het rijk integreren, waarvoor het nodig was om de grenzen veilig te stellen. Dus trokken de Romeinse troepen naar het noorden, naar

Het huis van Drusus op het Kops Plateau.

Het huis van Drusus op het Kops Plateau.

het Insula Batavorum of Bataveneiland. Daar, in dat opvallend vlakke land, troffen zij vlakbij de Waal een grote stuwwal, opgeworpen door de gletsjers van de voorlaatste ijstijd. De grootste van deze heuvels, de Hunnerberg, leek een geschikte plaats voor een groot troependepot van 42 ha, waar 15.000 manschappen in konden worden ondergebracht. De eerste grondslagen van dit kamp werden al in 19 v. Chr. aangelegd. De manschappen sliepen waarschijnlijk in tenten, daar het maar om een tijdelijke verblijfplaats ging. Toen in 12 v. Chr. de oorlog begonnen werd, liet Drusus op het Kops Plateau, ten oosten van de Hunnerberg, een kleinere tweede legerplaats oprichten, waarschijnlijk als commandocentrum. In dit kamp verbleven “slechts” 800 manschappen van Legio I Germanica uit Mogontiacum (Mainz). Het bevatte ook een riant praetorium (officierswoning) van 2000 m², wat zo ongewoon groot is dat het niet onwaarschijnlijk lijkt dat Drusus er zelf gewoond heeft.

Nijmegen voor de Bataafse opstand.

Nijmegen voor de Bataafse opstand.

Er kwam verandering in de situatie na de Romeinse nederlaag bij het Teutoburgerwoud, toen veel van het naburige gebied ten oosten van de Rijn moest worden opgegeven. Tegen die tijd (9 na Chr.) was het al meer dan een kwarteeuw geleden sinds het Romeinse leger op de Hunnerberg was verschenen en zowel dat depot als het kamp op het Kops Plateau waren al geruime tijd verlaten. Nu de oorlog ineens weer veel dichterbij kwam werden de legerplaatsen in allerijl omgebouwd. Een kleiner fort op de Hunnerberg van 4,5 ha diende nu om cavalerie-eenheden te huisvesten, zodat deze van hieruit deel konden nemen aan de wraaktochten die Germanicus achter de Rijn zou uitvoeren. Rondom de forten sloegen nog tal van ruiters hun kamp op. Toen in 16 na Chr. besloten werd om de oorlog in Germanië niet voort te zetten werd het kamp op de Hunnerberg weer ontruimd, maar dat op het Kops Plateau bleef in gebruik als belangrijkste legerplaats in de omgeving. Ala I Batavorum, de Bataafse cavalerie, had daar haar thuisbasis. Ten westen van de kampen, op de heuvel die nu het Valkhof genoemd wordt, was er in de loop der jaren bovendien een nederzetting ontstaan, waar met name Bataafse edellieden en rijke Bataafse veteranen hun woonplaats zochten, zodat het steeds meer op een Gallo-Romeins stadje ging lijken. De Gallische invloed blijkt uit de benamingen die de stad kreeg: Batavodurum of Oppidum Batavorum (burcht der Bataven). Door de gunstige ligging en het relatief groot aantal inwoners was dit een ideaal administratief centrum, van waaruit het Romeinse bestuur gezag uitoefende over de Bataafse gemeenschap. Vanuit de Bataafse stad kon de weg verder stroomafwaarts naar het westen gevolgd worden, naar een heiligdom op de Winseling. Ook lag er een weg zuidwaarts, richting de Maas.

Nijmegen na de Bataafse Opstand. De castra is omgeving door canabae. In het westen ligt Noviomagus. De groene gebieden zijn grafvelden.

Nijmegen na de Bataafse Opstand. De castra is omgeven door canabae. In het westen ligt Noviomagus. De groene gebieden zijn grafvelden.

In het jaar 69 ging het mis en brak de Opstand der Bataven uit. Het cavaleriefort werd verwoest, evenals vrijwel alle andere kampen die toen in ons land stonden. Maar het tij keerde en het jaar daarop werden de opstandelingen teruggedreven. Hun leider, de Bataafse veteraan en edelman Julius Civilis, zag uiteindelijk in dat hij niet anders kon dan zich terugtrekken achter de Waal, zodat de stad ontruimd moest worden. Liever dan het prijs te geven aan de Romeinen staken de rebellen hun hoofdstad in brand. Met de terugtrekking achter de Waal wonnen zij wat tijd, maar toen de Romeinen deze rivier eenmaal over waren moest Civilis zich zelfs terugtrekken achter de Rijn, tot hij uiteindelijk wel moest onderhandelen. De orde werd hersteld, net als de meeste verdragen. Voor alle zekerheid werd de regio echter opnieuw ingericht. Keizer Vespasianus liet een nieuwe castra bouwen op de Hunnerberg, waar ditmaal een volledig legioen permanent in werd ondergebracht: Legio X Gemina. Dat trok al snel weer een hoop handel aan, zodat er een behoorlijk kampdorp (canabae) om de legerplaats heen groeide, met onder meer een herberg, badhuis en allerlei kroegjes en winkels, kortom: alles om de soldaten van dienst te zijn. Er verrees zelfs een amfitheater vlakbij het kamp, met wel 12.000 zitplaatsen (wat toch eigenlijk wel overdreven veel was). Drie kilometer stroomafwaarts werd een nieuwe nederzetting gebouwd, ongeveer ter hoogte van het oude heiligdom. Deze plaats zou uiteindelijk bekendstaan als Noviomagus: de nieuwe markt.

Maquette van de castra op de Hunnerberg (kijkrichting zuid). Ten oosten (links) het marktgebouw, in het zuidwesten (rechts boven) het amfitheater.

Maquette van de castra op de Hunnerberg (kijkrichting zuid). Ten oosten (links) het marktgebouw, in het zuidwesten (rechts boven) het amfitheater.

Maar zelfs een permanente bewoning duurt niet eeuwig. Vanaf het jaar 71 waakte het tiende legioen meer dan 30 jaar over de Bataafse hoofdstad. De handel en economie in de omgeving floreerden, de mensen waren tevreden en het idee dat de opstand zich zou kunnen herhalen werd steeds minder reëel. Na de opstand waren er hulptroepen uit Spanje ingezet om de Rijngrens te bewaken, terwijl de Bataafse en Cananefaatse soldaten naar andere provincies waren gestuurd. Maar op den duur waren deze hulptroepen ook steeds vaker weer in eigen land te vinden. Toen troonopvolger Marcus Ulpius Trajanus in het jaar 98 in Keulen hoorde dat keizer Nerva was overleden, trok hij met een Bataafse lijfwacht naar Rome. Het was dezelfde keizer Trajanus die rond het jaar 100 een grote markthal liet bouwen bij de castra. De plaats was nu meer een economisch knooppunt geworden dan een militair kernpunt. Trajanus besloot dan ook dat het legioen elders nuttiger was en in 104 vertrok Legio X Gemina op zijn orders naar de Balkan, wat in feite een ramp was voor de economie van de stad, die volledig leunde op de militaire aanwezigheid en de bijbehorende grote vraag naar materialen. Keizer Trajanus hield hier echter rekening mee en schonk de stad Noviomagus ook marktrechten, zodat de stad niet voor niets bekend staat als Ulpia Noviomagus Batavorum, naar Ulpius Trajanus. Bovendien werd de militaire bezetting weliswaar gereduceerd, maar niet volledig beëindigd: detachementen van Legio XXX Ulpia Victrix en Legio IX Hispania zouden er in de loop der jaren nog ondergebracht worden. Door de marktrechten wist de stad economisch op de been te blijven en kreeg zij midden 2e eeuw de status van municipium, wat min of meer neerkomt op het verkrijgen van echte stadsrechten, wat Nijmegen officieel de oudste stad op Nederlandse bodem maakt.

Reconstructie van de herberg in Archeon. Het gebouw stond op de Hunnerberg, ten westen van het kamp.

Reconstructie van de herberg in Archeon. Het gebouw stond op de Hunnerberg, ten westen van het kamp.

Rond het jaar 175 werd het legerkamp echter voorgoed ontruimd. Noviomagus verloor hiermee haar strategische belang volledig, terwijl de stad het economisch nu nog zwaarder kreeg. Rond het jaar 180 brak er een grote brand in de stad uit, al is niet bekend waarom. Misschien was het vijandelijke aanval of het bestrijden van een uitbraak van de Antonijnse pest, maar het kan net zo goed een ongeluk zijn geweest. De stad werd weer opgebouwd en kreeg zelfs stenen muren, maar rond het jaar 200 werd de situatie steeds nijpender. Helemaal toen de Romeinen midden 3e eeuw de Rijngrens verwaarloosden en de troepen uit de Rijnforten elders werden ingezet. Invallers als de Franken roken hun kans en trachtten in het machtsvacuüm te springen. Toen de Franken zich in 276 als foederati op de Betuwe mochten vestigen, was Noviomagus allang opgegeven: bijna overal in ons land was de bevolking weggetrokken, want door de toenemende onveiligheid en ecologische problemen was het niet verstandig om te blijven. Pogingen om de verdediging te herstellen waren van korte duur geweest, omdat een groot deel van de 3e eeuw veel keizers maar kort regeerden en hun opvolgers hun prioriteiten vaak weer elders hadden. De oplossing leek gewoon om de Franken toe te laten in het rijk onder de voorwaarde dat zij de verdediging van de Rijn ter hand zouden nemen. Begin 4e eeuw probeerden Constantijn de Grote en zijn opvolgers dit iets meer te systematiseren. Op de plaatsen van meerdere oude forten werden nieuwe vestingen gebouwd, ook in het achterland om eventuele invallen gemakkelijker te stuiten. Ook bij Nijmegen werd een nieuw fort gebouwd, namelijk op het Valkhof. Dit castellum werd bemand door Frankische huurlingen. Ten noorden van het kamp, aan de oever van de Waal, ontstond weer een kleine handelsnederzetting waar ook weer de naam Noviomagus aan gegeven werd. De oude glorie zou niet meer bereikt worden, al had het nieuwe stadje stenen muren en gebouwen met een hypocaustum (vloerverwarming). Pas eind 8e eeuw, toen Karel de Grote een palts liet bouwen op het Valkhof, leefde de boel weer op. In de middeleeuwen schrok men trouwens niet terug voor het hergebruik van Romeins bouwmateriaal.

Het tijdpad in Nijmegen

Het tijdpad in Nijmegen-oost

Vondsten en reconstructies van Batavodurum en Noviomagus zijn nog altijd te zien in Museum het Valkhof, in Nijmegen. Middels een tijdpad kan men de militaire terreinen op de Hunnerberg en het Kops Plateau nalopen en ook in het westen van Nijmegen zijn sporen van de oude stad Noviomagus te vinden. Vlakbij het Valkhof is de muur van het Laat-Romeinse stadje nog zichtbaar. De herberg die bij de westelijke poort van de castra stond, is nagebouwd in Archeon, waar hij nog een daadwerkelijke horecafunctie vervuld.

Bron: Bosatlas van de geschiedenis van Nederland (Noordhoff Atlasproducties, Groningen 2011)

Giel

Giel

Giel is al sinds zijn prilste jeugd diep geïnteresseerd in geschiedenis en in de Romeinse tijd in het bijzonder. Na zijn MA in geschiedenis te hebben gehaald aan de Universiteit Leiden is hij zelf dieper en dieper in het Romeinse verleden (met name dat van Nederland) gaan graven. Naast geschiedwetenschappelijk onderzoek houdt hij zich bezig met het omzetten van de resultaten in creatieve projecten, opdat er leerzaam doch leuk materiaal geproduceerd wordt. Hoofdinteresses zijn de geschiedenis van het Romeinse rijk, de Romeinen in Nederland en het Romeinse leger.

LAAT EEN REACTIE ACHTER